Paul von Hindenburg AFP

Zeventig jaar na afloop van de Tweede Wereldoorlog raakt de Duitse oud-president Paul von Hindenburg zijn ereburgerschap van Berlijn kwijt. Hindenburg werd president in de Weimarrepubliek in 1925 (hij was toen 77) en zou dat tot zijn dood in 1934 blijven.

Hij is niet langer ereburger van de hoofdstad, omdat hij in januari 1933 politiek verantwoordelijk was voor de benoeming van Adolf Hitler tot rijkskanselier. Het jaar ervoor had Hindenburg Hitler, aan wie hij een grote hekel had, nog verslagen bij de presidentsverkiezingen. Maar later in 1932 werden er parlementsverkiezingen gehouden, waarbij de nazi-partij van Hitler een grote overwinning haalde.

Hindenburg, die van Pruisische adel was en een held uit verschillende oorlogen, hoopte evenals andere Duitse conservatieven dat de benoeming van Hitler tot kanselier de mogelijkheid bood om de nazileider aan banden te leggen. Hitlers antisemitische en racistische ideeën en zijn expansieve buitenlandse plannen waren al hoog en breed bekend toen hij rijkskanselier werd.

Uit de weg ruimen

Maar Hitler wist na zijn benoeming alle macht naar zich toe te trekken. Hij stelde het parlement buiten werking en werd na de dood van Hindenburg ook nog eens president. Politieke tegenstanders, ook binnen zijn eigen partij, liet hij met geweld uit de weg ruimen.

Zowel Hindenburg als Hitler werd op 20 april 1933 - de verjaardag van Hitler - tot ereburger van Berlijn benoemd, maar Hitler is die status in 1948 ontnomen.

De linkse coalitie die Berlijn nu bestuurt haalt Hindenburg niet alleen vanwege de benoeming van Hitler van de lijst, maar ook omdat hij instemde met het beperken van verschillende vrijheden. Ook werkte hij de machtsovername van Hitler in de hand door hem steeds meer speciale volmachten te geven.

STER reclame