Waardevolle manuscripten gevonden over indianen

Aangepast

Museum Volkenkunde in Leiden heeft manuscripten gevonden met waardevolle informatie over het geloof en de cultuur van indianen in Suriname. De informatie biedt een uniek kijkje in de geesteswereld van de indianen van honderd jaar geleden. Dat was nog niet eerder beschreven.

In de manuscripten doen de Surinaamse broers en wetenschappers Frederik en Arthur Penard verslag van de taal en spiritualiteit van de indianen aan het begin van de 20ste eeuw. Dat is bijzonder, omdat de doorgaans joods-christelijke wetenschappers uit die tijd zich niet in heidense spirituele zaken verdiepten.

De manuscripten bestaan uit 6500 handgeschreven fiches, dunne strips papier, bijeengebonden met touwen. Het handschrift is Engelstalig en goed leesbaar. Ze lagen in dozen in het museum. De bibliothecaris vond ze bij het ontruimen van de bibliotheek, die verbouwd gaat worden.

Verboden

De beschrijvingen van die geesteswereld is behalve historisch ook van groot belang voor de hedendaagse Surinaamse indianen. Er is veel kennis van hun cultuur verloren gegaan. Lange tijd was het verboden door zendelingen en missionarissen om deze kennis over te dragen aan jongere generaties indianen.

Hedendaagse voormannen (captains) van de indianen in Suriname zijn intensief betrokken bij de ontdekking. Het openbaar maken van de manuscripten is ingewikkeld, omdat ze vooral geestesinformatie bevatten. Volgens deze voormannen is sjamanistische informatie niet voor alle ogen bestemd: het is vaak heel krachtige informatie die schadelijk kan zijn voor niet-ingewijden.

Te oppervlakkig

De Penards bestudeerden aanvankelijk vogels in Guyana. Tegelijkertijd verdiepten ze zich ook in de inheemse bewoners van Suriname vanuit het idee dat de inheemse cultuur spoedig zou uitsterven. Ze vonden dat de tot dan toe gepubliceerde werken te oppervlakkige informatie gaven over de cultuur van de oorspronkelijke bewoners.

De broers kregen in de binnenlanden van Suriname contact met de sjamanen en medicijnmannen van de Caraïben-indianen. De medicijnmannen hielpen met schrijven en tekenden tal van symbolen.

Daarop legden de Penards een verzameling van voorwerpen en bijbehorende documentatie aan. Het gaat om aantekeningen van indiaanse medewerkers, nagetekende versieringsmotieven, taalkundige aantekeningen en verhalen die de Penards hebben opgeschreven. In 1912 werd de complete collectie van zo'n 250 objecten, brieven en schriften aan het Museum Volkenkunde geschonken. De broers Penard zijn in 1918 en 1928 overleden.

Delegatie naar Suriname

In augustus gaat een delegatie van het museum naar Suriname om daar te overleggen hoe de informatie ontsloten kan worden. Ook gaan zij op zoek naar erfgenamen van de voornaamste medicijnmannen van de gebroeders Penard om de informatie te delen en bespreken. Eerst bestuderen een aantal mensen hier in Nederland de manuscripten intensief.

STER Reclame