CO2-uitstoot Nieuwsuur

Na een jarenlange toename was de wereldwijde CO2-uitstoot vorig jaar nagenoeg gelijk aan de uitstoot in 2018. De uitstoot bedroeg ongeveer 33 gigaton. De stabilisatie komt doordat Europa, Japan en de Verenigde Staten minder koolstofdioxide hebben uitgestoten.

Dat blijkt uit cijfers van het Internationaal Energie Agentschap. In de landen waar de uitstoot is gedaald, wordt minder steenkool gebruikt en meer naar andere middelen gegrepen om stroom op te wekken. Maar ook milder weer en een tragere economische groei in sommige landen hebben bijgedragen aan de wereldwijde stabilisatie van de uitstoot.

Aardgas en windenergie

De Europese Unie realiseerde vorig jaar een emissiedaling van 5 procent, goed voor 160 miljoen ton. De afname binnen de EU komt doordat er meer gebruik van aardgas en windenergie wordt gemaakt om elektriciteit op te wekken.

Binnen Europa daalde de CO2-uitstoot in Duitsland het hardst, met 8 procent tot 620 miljoen ton. De laatste keer dat Duitsland dat emissieniveau registreerde was in de jaren 50, toen de economie ongeveer tien keer kleiner was dan nu.

In absolute aantallen was de grootste daling op landenniveau te zien in de Verenigde Staten. Daar zakte de emissie met 140 miljoen ton (wat neerkomt op 3 procent) voor een groot deel door het toegenomen gebruik van het eigen schaliegas.

De CO2-uitstoot van Japan daalde met 45 miljoen ton, goed voor 4 procent. Dat is vooral het gevolg van het gebruik van de opnieuw opgestarte kernreactoren.

In de rest van de wereld is CO2-emissie wel gestegen ten opzichte van 2018. Dat gebeurde met bijna 400 miljoen ton. Ruim 80 procent van die groei komt uit Aziatische landen. De vraag naar steenkool stijgt daar en is goed voor de helft van het energieverbruik.

STER reclame