NOS

Het stoppen van de wereldwijde verspreiding van antibioticaresistentie lukt onvoldoende. Steeds minder farmaceutische bedrijven ontwikkelen nieuwe antibiotica. Dat blijkt uit onderzoek van de Access to Medicine Foundation naar de bijdrage van de dertig meest relevante bedrijven voor de bestrijding van antibioticaresistentie.

Twee grote farmaceuten, Novartis en Sanofi, zijn recent gestopt met de ontwikkeling van antibiotica. Twee kleinere bedrijven die er ook aan werkten, gingen failliet. Bovendien zijn nieuwe én bestaande middelen veelal niet beschikbaar in arme landen waar ze het hardst nodig zijn.

Resistente bacteriën alleen behandelbaar in ziekenhuis

Antibioticagebruik leidt onvermijdelijk tot resistentie. Antibiotica doden bacteriën die gevoelig zijn voor hun werking. Bacteriën met een gen dat hen ongevoelig maakt voor het gebruikte antibioticum overleven. Ze geven hun eigenschappen door aan hun nageslacht, maar ook aan andere bacteriesoorten. Zo verspreidt resistentie zich. Bacteriën kunnen resistent zijn tegen verschillende typen antibiotica, dat heet multiresistentie.

Mensen kunnen (multi-)resistente bacteriën binnenkrijgen via voedsel en kunnen die ook aan anderen doorgeven bijvoorbeeld door na toiletbezoek geen handen te wassen. Door reizen en internationale handel in voedsel gaat antibioticaresistentie de wereld over. Infecties door zo'n multiresistente bacterie zijn vaak moeilijk behandelbaar en uitsluitend in het ziekenhuis.

In Nederland is antibioticaresistentie dankzij het jarenlange goede infectiepreventiebeleid en het zuinige antibioticagebruik onder controle.

De onafhankelijke stichting Access to Medicine Foundation doet vanuit Amsterdam al jaren onderzoek naar wat farmaceuten doen om de beschikbaarheid van medicijnen wereldwijd te vergroten. Dit is het tweede rapport over antibiotica.

Ook stappen vooruit

De meeste bedrijven reinigen intussen hun afvalwater zodat rest- en afvalstoffen van antibioticaproductie niet meer rechtstreeks het milieu in spoelen. En een groeiend aantal bedrijven hebben het pluggen van antibiotica bij artsen stopgezet. Ze hebben bonussen voor verkopers losgekoppeld van hun omzet of zetten geen verkopers meer in om antibiotica aan artsen te slijten.

Er zijn 51 antibiotica en middelen tegen schimmelinfecties in vergevorderd stadium van ontwikkeling die op de prioriteitenlijst van Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) staan. Bij 32 gaat het om nieuwe antibiotica. Dat lijkt veel, maar het is onzeker of ze daadwerkelijk de markt halen. Verder zegt de WHO in een recent rapport dat de meeste nieuwe middelen weinig toevoegen aan de bestaande.

Bovendien richten maar twee nieuwe antibiotica zich tegen de multiresistente bacteriën die het dringendst aangepakt moeten worden. Dat zijn meestal gewone darmbacteriën met een van de tientallen bekende genen die ze ongevoelig maken voor vrijwel alle antibiotica. De infecties die ze veroorzaken zijn ernstig en vaak dodelijk. Het risico is het grootst voor mensen met weinig weerstand: pasgeboren baby's, kankerpatiënten, mensen die net zijn geopereerd en ouderen.

Beschikbaarheid van antibiotica

Nieuwe antibiotica maken is ingewikkeld en tijdrovend en de kans op mislukking is aanzienlijk. Daarom is het minstens zo belangrijk dat zoveel mogelijk mensen toegang hebben tot bestaande antibiotica. Op dat vlak is er nog veel te winnen, stelt de Access to Medicine Foundation. Farmaceuten hebben maar veertien van dertig oudere antibiotica die nog goed werken in lagelonenlanden geregistreerd.

Bij de antibiotica die eraan komen en waarop al een patent rust, is het beeld identiek. Maar voor drie van de dertien is markttoelating gevraagd in meer dan tien arme landen. In landen met de grootste behoefte aan die antibiotica, zijn of komen ze dus niet beschikbaar.

Koplopers maken onvoldoende het verschil

Er zijn bedrijven die veel initiatieven hebben ontplooid tegen antibioticaresistentie. GSK komt bij Access to Medicine als beste uit de bus, ook al omdat het bedrijf in zijn eentje de helft van alle nieuwe middelen tegen infecties in ontwikkeling heeft. Pfizer eindigt als tweede, onder meer omdat het bedrijf als eerste data over het ontstaan van resistenties deelt in een open database. Johnson & Johnson volgt Pfizer op de voet, vooral dankzij het belangrijke werk op het gebied van tuberculose, zoals trainingsprogramma's voor artsen.

Maar de inspanningen van de kopgroep zijn onvoldoende om antibioticaresistentie echt terug te dringen. Daarvoor doet de farmaceutische sector als geheel te weinig.

De industrie zelf erkent het probleem. In een vorige week gepubliceerd rapport zegt een samenwerkingsverband van farmaceutische bedrijven tegen antibioticaresistentie dat er veel te weinig geïnvesteerd wordt in de dure, laatste fase van de ontwikkeling van antibiotica. Daardoor sneuvelen mogelijk veelbelovende chemische verbindingen al vroeg. De bedrijven willen dat overheden de ontwikkeling van nieuwe antibiotica meer gaan stimuleren.

STER reclame