Poetin en Erdogan bij hun ontmoeting in Istanbul vandaag AFP

De Russische president Poetin en de Turkse president Erdogan roepen op tot een staakt-het-vuren in Libië. Dat is opmerkelijk, omdat Turkije de regering in Tripoli van premier Sarraj steunt en Rusland die van generaal Haftar, die nagenoeg de rest van het land in handen heeft.

Poetin en Erdogan spraken elkaar vandaag in Istanbul. "Dit conflict ondermijnt de veiligheid in de regio", zeiden ze in een verklaring. "Het stimuleert illegale immigratie en de verspreiding van wapens, terrorisme en andere criminele activiteiten."

Ze roepen de strijdende partijen op om een "houdbaar" bestand overeen te komen. Het staakt-het-vuren zou zondag om middernacht moeten ingaan.

Turkse militairen

De strijd in Libië kwam deze week in een nieuwe fase terecht. Turkije zei zondag dat Turkse militairen op weg zijn naar Libië om het leger van premier Sarraj te helpen. Het is onduidelijk om hoeveel militairen het gaat en of ze er al zijn.

Maandag kregen de troepen van Haftar de belangrijke stad Sirte in handen, waardoor hij zich nog meer op de al maanden durende strijd om Tripoli kan richten.

Ook EU wil bestand

Sarraj is vandaag in Brussel voor overleg met de voorzitter van de Europese Raad Michel, de Duitse minister van Buitenlandse Zaken Maas en EU-buitenlandchef Borrell. Ook de EU wil dat Sarraj en Haftar een wapenstilstand in acht nemen en het conflict langs diplomatieke weg oplossen.

"Libië moet geen tweede Syrië worden en er moet snel een effectief bestand worden gesloten en ook een wapenembargo van kracht worden", zei Maas. Hij wil binnen enkele weken een top over Libië houden in Berlijn.

Wat de situatie niet gemakkelijker maakt, is dat veel landen bij de strijd betrokken zijn. Sarraj weet zich behalve door Turkije gesteund door Qatar en Italië.

Behalve Rusland steunen Egypte, Saudi-Arabië, de Verenigde Arabische Emiraten en Frankrijk generaal Haftar.

Een uitleg over de situatie in Libië van eind vorige week:

Hoe de oorlog in Libië steeds ingewikkelder wordt

STER reclame