ANP

Het Rotterdamse verbod op straatintimidatie, in de volksmond ook wel sisverbod genoemd, is in strijd met de vrijheid van meningsuiting. Dat heeft het gerechtshof Den Haag bepaald.

Het is niet aan de gemeenten om de vrijheid van meningsuiting te beperken, stelt het hof. Alleen de Eerste en Tweede Kamer mogen daarover beslissen.

Sinds vorig jaar is straatintimidatie strafbaar via de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) in Rotterdam en Amsterdam. Op onder meer sissen, uitschelden en naroepen staat een boete op van maximaal 4100 euro of maximaal drie maanden cel.

In Rotterdam is vorig jaar een aantal verdachten aangehouden. Om te onderzoeken of de strafbaarstelling via de APV juridisch houdbaar is, besloot het Openbaar Ministerie in Rotterdam twee zaken voor de rechter te brengen. Een van deze zaken is nu behandeld door het gerechtshof.

Handkusjes

De man in kwestie heeft drie vrouwen lastiggevallen door hen ongewenst seksueel aan te spreken en handkusjes te geven. Volgens het gerechtshof is bewezen dat hij dat heeft gedaan, maar kan hij niet worden veroordeeld omdat straatintimidatie nooit strafbaar gesteld had mogen worden door de gemeente.

Ook maakt de Rotterdamse bepaling niet voldoende duidelijk waar de grens ligt tussen toelaatbaar en ontoelaatbaar gedrag. Dat is volgens het gerechtshof nodig volgens het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.

De verdachte werd eerder door de kantonrechter vrijgesproken voor het maken van opmerkingen, omdat dat valt onder de vrijheid van meningsuiting. Hij had in twee zaken wel een boete gekregen van 100 euro voor het geven van de kushanden.

Het gerechtshof spreekt hem ook vrij van de kushandjes, omdat er volgens het hof geen onderscheid is tussen het "verbaal of fysiek openbaren van gedachten of gevoelens". Beide vallen onder de vrijheid van meningsuiting.

We laten ons niet van de wijs brengen en gaan door met onze campagne.

Wethouder Wijbenga

Wethouder Handhaving Bert Wijbenga vindt het jammer dat Rotterdam is teruggefloten door de rechter. "Ik doe een dringend beroep op de landelijke wetgever vaart te maken met de wet", zegt hij in een reactie. "Regel dit snel, dan kunnen we doorgaan met de bekeuringen."

Wijbenga wijst op de Rotterdamse inspanningen tegen straatintimidatie, met een campagne tegen 'pikpraat' en een app waar vrouwen ongewenst gedrag kunnen melden. Meer dan duizend vrouwen hebben daar volgens hem een veelvoud aan meldingen gedaan. "Daardoor weten we waar we kunnen controleren."

De wethouder wil zo'n zelfde soort app lanceren voor lhbti'ers. "We laten ons niet van de wijs brengen en gaan door met onze campagne", zegt hij. "We gaan met al die dingen door en wij zijn niet de enige. Veel steden zitten hiermee. De straat is soms geen prettige plek, en dat moet het wel zijn."

Initiatiefwet PvdA en CDA

Bij de Tweede Kamer ligt een initiatiefwet van PvdA en CDA om "seksuele intimidatie in het openbaar" in het hele land strafbaar te stellen. De initiatiefnemers Asscher en Van Toorenburg noemen in hun toelichting sissen een voorbeeld daarvan. De Kamer moet het voorstel nog behandelen en het is nog niet duidelijk of er een meerderheid voor is. In de schriftelijke voorbereiding spreken sommige partijen hun sympathie uit, maar er worden ook vraagtekens gezet bij de handhaafbaarheid.

Ook het kabinet werkt aan een wetsvoorstel voor aparte strafbepalingen voor seksuele intimidatie. Minister Grapperhaus is van plan het in het openbaar maken van seksueel getinte opmerkingen of gebaren strafbaar te stellen. Maar volgens een woordvoerder van het ministerie van Justitie en Veiligheid is het niet de bedoeling dat sissen daaronder valt.

Grapperhaus wil zijn voorstel in het voorjaar presenteren. Voordat het wordt ingediend bij de Tweede Kamer, kunnen burgers en instanties er dan eerst commentaar op leveren.

STER reclame