NOS/Jeroen van Eijndhoven

De groeiende vergrijzing zadelt de Nederlandse overheidsfinanciën op met een structureel miljardentekort. Met behoud van de huidige sociale voorzieningen en zonder aanvullend beleid ontstaat vanaf 2025 een jaarlijks tekort van 16 miljard euro.

Dat blijkt uit de vijfjaarlijkse vergrijzingsstudie "Zorgen om morgen" van het Centraal Planbureau. Gekeken is naar de lange termijn, de ontwikkelingen tot 2060.

De overheidsuitgaven zullen de komende jaren harder stijgen dan de overheidsinkomsten. De vergrijzing (steeds meer ouderen die ook nog eens ouder worden) jaagt de zorgkosten op en verlaagt de inkomsten. Gepensioneerden ontvangen een AOW-uitkering en gebruiken meer zorg, vooral in de laatste levensjaren.

Steeds minder werkenden

Eerder maakte het CBS bekend dat er steeds minder baby's worden geboren. Het aantal gepensioneerden stijgt sterker dan het aantal werkenden, daardoor lopen de belastinginkomsten uit de pas met de uitgaven. Bij de introductie van de AOW in 1957 was er één AOW'er op 6,3 werkenden. In 2020 is dat teruggelopen naar 3,4 werkenden en in 2060 is dat zelfs nog maar 2,8 werkenden.

Dat de vergrijzing grote gevolgen krijgt, blijkt wel uit de vergelijking met de vergrijzingsstudie van 2014. Toen was er nog sprake van een klein overschot. De afspraak in het recent gesloten pensioenakkoord over het voorlopig bevriezen en trager laten oplopen van de AOW-leeftijd draagt bij aan het tekort.

Onbegaanbare weg

Als de overheid niets doet om het tij te keren, loopt de staatsschuld na 2040 snel op. Het CPB noemt dat een onbegaanbare weg. Toekomstige generaties kunnen niet van dezelfde sociale voorzieningen genieten als de huidige generatie zonder de belastingen te verhogen.

Het structurele overheidstekort vraagt om politieke keuzes. Daarbij gaat het over keuzes als nu of later bezuinigen, verhoging van de belastingen, verdeling van de pijn tussen lage en hoge inkomens, en verdeling van de lasten tussen jongeren en ouderen.

STER reclame