Gambia versus Myanmar. Twee landen, duizenden kilometers van elkaar verwijderd, staan vanaf vandaag tegenover elkaar voor het Internationaal Gerechtshof in Den Haag. Volgens het Afrikaanse land heeft Myanmar zich schuldig gemaakt aan genocide op Rohingya.

In 2017 verdreef het leger van Myanmar meer dan 700.000 leden van die moslimminderheid uit eigen land. Zij worden al decennialang onderdrukt en niet erkend als staatsburgers. Ooggetuigen vertelden hoe militairen hele families uitmoordden, kinderen levend verbrandden en vrouwen verkrachtten. Tientallen Rohingyadorpen werden met de grond gelijkgemaakt.

Deskundigen van de Verenigde Naties zeiden vorig jaar al dat de legertop van Myanmar vervolgd moet worden voor volkerenmoord. Hulporganisatie Artsen zonder Grenzen vroeg zich hardop af "hoeveel Rohingya nog vermoord moeten worden om dit genocide te noemen".

Veel verdreven Rohingya leven nu in overvolle vluchtelingenkampen in Bangladesh ANP

Maar tot veroordelingen of sancties tegen voormalig Birma kwam het tot nu toe niet. In de VN-Veiligheidsraad werden pogingen daartoe geblokkeerd door Myanmar's grote buur China. En het Internationaal Strafhof, dat individuen kan berechten, wordt niet erkend door Myanmar. De slotsom: Gambia zag geen andere mogelijkheid dan zélf maar een zaak aan te spannen bij het Gerechtshof.

1. Maar waarom juist Gambia?

Dat een land een andere staat, die 12.000 kilometer verderop ligt, nu voor internationale rechters daagt is uniek, zegt Thijs Bouwknegt. Hij is onderzoeker aan het NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies. "Zaken die voor het Gerechtshof komen gaan vaak over grenzen of conflicten tussen buurlanden. Dat maakt dit proces dus ook zo bijzonder", zegt hij.

"Gambia wordt wel gesteund door de Organisatie voor Islamitische Samenwerking (OIC). Maar die organisatie kan geen land aanklagen, dat kan alleen een andere staat doen. Gambia, een overwegend islamitisch land, neemt daarin dus het voortouw."

ANP

Minstens zo opvallend: in Gambia zelf werden tot voor kort op grote schaal mensenrechten geschonden, dictator Jammeh verliet het land pas in 2017. Sindsdien probeert Gambia radicaal afstand te nemen van dat verleden. Dat blijkt ook precies de reden waarom het kleine West-Afrikaanse land zich nu zo hardmaakt voor de moslimminderheid Rohingya. "Ze willen afrekenen met die brute geschiedenis", zegt NIOD-onderzoeker Bouwknegt. "Nationaal en internationaal."

22 jaar onderdrukking heeft de Gambianen geleerd hun stem te gebruiken, zei initiatiefnemer en minister van Justitie Abubacarr Tambadou. "Als de internationale gemeenschap zijn verantwoordelijkheid destijds had genomen en had ingegrepen tegen de voormalig president, dan denk ik niet dat we twee decennia aan wreedheden hadden hoeven doorstaan."

2. Maakt Gambia kans met de zaak?

De definitie van 'genocide' is extreem ingewikkeld. Het belangrijkste, zegt Thijs Bouwknegt: Gambia zal moeten bewijzen dat er een speciale intentie was om een nationale, etnische, religieuze of raciale groep, als zodanig, geheel of gedeeltelijk uit te roeien. Dat gaat dus een stuk verder dan het plegen van oorlogsmisdaden of misdrijven tegen de menselijkheid. "En dat is enorm lastig hard te maken. Het draait om een bijzondere vorm van voorbedachte rade en de bewijslast is heel hoog."

Genocide is tenslotte the crime of crimes, zegt voormalig Myanmar en Thailand-ambassadeur Laetitia van den Assum. Toch is volkerenmoord door Myanmar niet helemaal onbewijsbaar, denkt het voormalig lid van een speciale adviescommissie over Rakhine, de deelstaat waar veel Rohingya wonen. "Uit een rapport van de Verenigde Naties blijkt namelijk wel degelijk dat er sprake was van doelgerichte voorbereidingen in aanloop naar augustus 2017, de maand dat Rakhine in een slagveld veranderde."

Myanmar heeft die beschuldigingen altijd ontkend. Het land noemt de rapporten 'eenzijdig' en 'misleidend': het leger zou in actie zijn gekomen tegen Rohingya-rebellen omdat die aanslagen uitvoerden op militaire eenheden en politieposten in de zomer van 2017.

AFP

3. Hoe gaat dit nu verder?

Gambia bepleit vandaag haar zaak, morgen mag Myanmar zich verdedigen. Daarvoor is regeringsleider Aung San Suu Kyi persoonlijk naar Den Haag afgereisd. Opvallend, zegt NIOD-onderzoek Bouwknegt: "Meestal zijn namens de voorgeleide landen slechts juristen aanwezig. Nu komt de regeringsleider zélf - dat gebeurt eigenlijk nooit."

Ook voormalig ambassadeur Laetitia van den Assum vindt dat vreemd. "Suu Kyi wil zich blijkbaar persoonlijk verdedigen tegen deze zware krachttermen. Ongetwijfeld spelen de verkiezingen van volgend jaar mee - ze wil de steun van haar bevolking op peil houden."

De afgelopen twee jaar hield de winnares van de Nobelprijs voor de Vrede van 1991 zich aan een ritueel van ontkenningen. "Maar het lijkt me toch onwaarschijnlijk dat ze daar voor het Internationaal Gerechtshof mee weg komt. Ik ben dus heel benieuwd wat ze gaat zeggen."

Nederland en Canada lieten gisteren in een gezamenlijk statement weten Gambia in ieder geval te steunen in de zaak. Beide landen "zullen alle mogelijkheden van steun en assistentie verkennen" en ook andere landen verzoeken hulp te bieden.

Een uitspraak door het Gerechtshof laat mogelijk nog jaren op zich wachten. Neem bijvoorbeeld de zaak-Srebrenica van Bosnië-Herzegovina tegen Servië en Montenegro. Die liep sinds 1993 bij het ICJ (nog voordat het bloedbad zich in 1995 voltrok), pas in 2007 kwamen de vijftien rechters tot een oordeel: het wás inderdaad genocide.

Toch betekent dat niet dat het proces tegen Myanmar zinloos is. "Het Gerechtshof kan al wel op korte termijn maatregelen nemen om de vermeende genocide tegen Rohingya te stoppen", zegt Bouwknegt. "En bovenal is dit ook een proces voor de bühne. Eentje van naming en shaming en dat erkenning moet geven aan slachtoffers."

STER reclame