In Zoetermeer en Den Haag zijn gisteren twee mannen aangehouden vanwege het voorbereiden van een terroristische aanslag. De mannen zijn 20 en 34 jaar, beiden uit Zoetermeer. De eerste heeft de Nederlandse nationaliteit en de ander is een Iraniër. Ze zouden eind van het jaar een aanslag hebben willen plegen met bomvesten en een of meer autobommen.

Omstanders filmden de inval in Zoetermeer:

Omstanders filmen inval bij huis terreurverdachte in Zoetermeer

Niet duidelijk is geworden wat het doelwit was. Volgens een woordvoerder van het Openbaar Ministerie kan het zijn dat de twee dat nog niet hadden bepaald. Wel is gebleken dat ze bezig waren met de voorbereidingen, door bijvoorbeeld te leren hoe ze explosieven konden maken.

Volgens het Landelijk Parket had de aanslag mogelijk nog voor het eind van dit jaar plaats moeten vinden:

'De aanslag had mogelijk voor het eind van dit jaar plaats moeten vinden'

De politie kwam de twee begin oktober op het spoor na een tip van inlichtingendienst AIVD, waarin stond dat ze een jihadistische aanslag wilden plegen. Het ambtsbericht ging volgens de OM-woordvoerder specifiek over deze twee personen en niet over een groter netwerk.

Dat de arrestaties pas een maand na de tip volgden, is niet heel opvallend, vindt criminoloog Annemarie van Weert, onderzoeker aan de Hogeschool Utrecht. "Wat ik hoor, is dat er gedegen onderzoek is gedaan om bewijslast te verzamelen. Dat is heel belangrijk bij dit soort arrestaties, omdat er nog geen misdaad heeft plaatsgevonden", zei van Weert in het radioprogramma Nieuws en Co.

"Kennelijk hadden ze informatie dat het ging om een aanslag aan het einde van het jaar. Dan heb je nog wat tijd. Je moet wel terdege bewijs hebben, want je kunt geen arrestaties doen op basis van een aanname of een minimale verdenking. Zo zit ons rechtssysteem in elkaar en dat is maar goed ook, want anders kan iedereen zomaar worden opgepakt", zei Van Weert.

Infiltranten kregen zicht op plannen

Om bewijs tegen de twee in handen te krijgen, zette de politie twee infiltranten in. "Zij waren onmisbaar om zicht te krijgen op de verdachten en hun plannen voor het plegen van een aanslag", zegt het Landelijk Parket.

Volgens de OM-woordvoerder hebben de infiltranten contact opgenomen met de verdachten. "Daardoor hebben ze zicht gekregen op de plannen die er waren." Ook werden er bijzondere opsporingsmiddelen ingezet. Welke dat waren, wil het OM niet zeggen. "Maar in zijn algemeenheid gaat dat van observaties tot het tappen van telefoongesprekken."

Minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid vindt dat de diensten "zeer adequaat" hebben gehandeld. "Ik vind dat onze diensten hier echt serieus werk van maken. Ze laten zien dat we als maatschappij aan de ene kant alert moeten blijven, maar dat we wel gewoon ons leven kunnen blijven leven."

Werpbijl en dolk, geen explosieven

Ook de inzet van infiltranten valt onder die bijzondere opsporingsmiddelen, weet criminoloog Van Weert. "Die zijn sinds een paar jaar mogelijk door een oprekking van wetgeving. Het is wel interessant dat Nederland daarin een van de voorlopers is wereldwijd. Dat heeft ook te maken met een verschuiving naar een anticiperend rechtssysteem: we willen voorkomen, en niet te laat zijn."

De ene man werd aangehouden in zijn huis in Zoetermeer, de ander in zijn auto in Den Haag. Dat gebeurde door de Dienst Speciale Interventies (DSI), de speciale antiterrorisme-eenheid van de politie.

Bij huiszoekingen zijn geen explosieven of grondstoffen daarvoor of vuurwapens gevonden. Wel vond de politie in een verborgen ruimte in de woning van een van de mannen een werpbijl, een dolk en een mobiele telefoon met simkaarten.

STER reclame