Mercedes-coureur Lewis Hamilton in actie tijdens de GP van Mexico AFP
NOS Sport Autosport Formule 1 Aangepast

Budgetplafond leidt tot peperduur 2020 voor de Formule 1-teams

In de Formule 1 komt vanaf 2021 een budgetplafond, zo heeft de Formule 1-leiding (de internationale autosportfederatie FIA en Formula One Management) op een persconferentie in het Amerikaanse Austin bekendgemaakt. De grens komt te liggen op 175 miljoen dollar, ofwel bijna 157 miljoen euro, en zal in de jaren daarna verder worden afgebouwd.

Ook wil men een robuustere auto met simpelere aerodynamica, waardoor aanvallen en inhalen eenvoudiger wordt. Tegelijkertijd wordt de DRS, het voordeeltje dat op hun voorganger jagende bolides op sommige gedeeltes van een circuit genieten, afgeschaft. "Geen kunstmatige inhaalmanoeuvres dus meer", stelt NOS-commentator Louis Dekker. "Daar is iedereen blij mee."

Het aantal races kan worden uitgebreid naar maximaal 25 (dit jaar zijn het er 21) en de raceweekends worden ingekort van vier naar drie dagen, omdat de donderdag komt te vervallen.

Lastig te controleren

Die dag minder geldt als kostenbesparend. Net als het budgetplafond, dat bovendien de verschillen tussen de teams, en met name die tussen de topdrie en de rest, moet verkleinen. Want de maatregel treft vooral Mercedes, Ferrari en Red Bull, die naar verluidt op dit moment tot het dubbele te spenderen hebben.

Red Bull-baas Christian Horner in gesprek met Max Verstappen ANP

Dekker plaatst onmiddellijk een kanttekening. "Zo'n budgetplafond is mooi, maar hoe ga je dat in hemelsnaam controleren? Dat lijkt mij heel lastig. En daarnaast, kijk eens wat er allemaal buiten die beperking valt: de salarissen van de coureurs - bij de topteams tientallen miljoenen -, marketing, de motoren, de reis- en transportkosten. Dus zo strikt is die 175 miljoen niet."

Peperduur jaar

Gesprekken die Dekker recentelijk had met teambazen als Toto Wolff van Mercedes en Christian Horner van Red Bull leerden hem dat de aangekondigde bezuiniging een opmerkelijk bijeffect heeft.

"Er moet een nieuwe auto voor volgend jaar gebouwd worden, maar de teams zullen ook al aan de gang gaan met de auto waarmee ze in 2021 willen rijden. Omdat er straks een budgetplafond is, gaan de teams volgend jaar al investeren in hun successen in de toekomst. Want volgend jaar hoeven ze zich nog nergens aan te houden. Dus 2020 wordt een peperduur jaar voor ze."

Ferrari-coureur Sebastian Vettel in actie op het circuit van Mexico-City EPA

Dat probleem treft natuurlijk alle renstallen, maar in de wetenschap dat de rijke teams over de diepste zakken beschikken, zou het Dekker niet verbazen als het gat tussen Mercedes, Ferrari en Red Bull en de rest van het veld alleen maar groter wordt.

Terwijl de F1-organisatie de races juist spannender wil maken, met kleinere onderlinge verschillen en ook meer inhaalacties dankzij enkele technische aanpassingen die voor minder 'vuile lucht' achter de auto's zorgen. "Ja, ze willen dat er makkelijker ingehaald kan worden. Nou, we zullen het zien in 2021. Maar dat dachten ze aanvankelijk ook bij de auto's waarmee nu wordt rondgereden."

Nieuwe teams lokken

Dekker leest in de plannen die vandaag gepresenteerd werden, weinig terug over het gebruik van standaardonderdelen, ook een kostenverlagende ingreep. Maar ook een heet hangijzer voor Ferrari, dat wil voorkomen dat de Formule 1 verandert een eenheidsworst.

"Het is allemaal vrij vaag. Maar het moet hoe dan ook goedkoper worden. Anders overleeft de sport niet. Met dat budgetplafond hoopt men ook nieuwe teams te lokken. Want de tien van nu vormen een zeer wankele basis."

STER reclame