Ravage in Enschede, daags na de vuurwerkramp in mei 2000 ANP

Bijna twintig jaar na de vuurwerkramp in Enschede doen drie direct betrokkenen en onderzoeker Paul van Buitenen aangifte van strafbare feiten die volgens hen voor, tijdens en na de ramp begaan zijn door ambtenaren en overheidsinstanties. Daaronder zijn verschillende ministeries, het Openbaar Ministerie, de politie en de gemeente Enschede.

In totaal worden 22 organisaties en veel individuele personen beschuldigd van strafbare handelingen. Van Buitenen zegt dat de regels voor de opslag van vuurwerk niet deugden en dat stelselmatig is geprobeerd om de overheid bij het onderzoek buiten schot te houden.

De aangifte vloeit voort uit een jarenlang onderzoek van de oud-Europarlementariër en klokkenluider. Van Buitenen onderzocht de gang van zaken voor, tijdens en na de vuurwerkramp die Enschede in 2000 trof en schreef daar een rapport van ruim 1400 pagina's over. Vorig jaar kreeg een aantal Tweede Kamerleden al een vertrouwelijke versie van het rapport.

Door de brand ontstond een kettingreactie die leidde tot explosies. De grote zwarte rookwolken waren tot in de wijde omgeving te zien. Bekijk de beelden hier:

23 Doden, bijna 1000 gewonden en 200 verwoeste huizen na de vuurwerkramp in Enschede

Van Buitenen doet de aangifte samen met Rudi Bakker, oud-directeur van SE Fireworks, oud-rechercheur Jan Paalman en Mathilde van der Molen, weduwe van brandweerman Hans van der Molen die bij de ramp om het leven kwam. Zij gaan vanmiddag naar het politiebureau in Enschede.

Van Buitenen bestudeerde voor zijn review duizenden openbare en geheime documenten en vond tal van ongerijmdheden, onregelmatigheden en gedragingen die volgens hem strafbaar zijn. Daarom ziet hij zich genoodzaakt aangifte te doen. Hij spreekt van gemanipuleerde onderzoeksbevindingen, verkeerd geïnterpreteerde getuigenverklaringen en gefingeerde contra-expertises.

Een van zijn belangrijkste conclusies gaat over het onderzoek naar de toedracht van de ramp. Volgens Van Buitenen is het van meet af aan de bedoeling geweest om de overheid als schuldige buiten schot te houden.

"Ik ben tot de overtuiging gekomen dat er structureel iets is misgelopen rondom de vuurwerkramp. Al twee dagen na de ramp schreef de minister van Binnenlandse Zaken in een brief dat het kwam door een brandstichter en fouten bij het bedrijf. Alle overheidsinstellingen en organisaties hebben zich vervolgens in dienst gesteld van die visie. Daarom heeft het Openbaar Ministerie in het strafrechtelijk onderzoek consequent toegewerkt naar de gewenste conclusie".

De echte oorzaak van de ramp ligt volgens hem in de slechte regelgeving voor de opslag van vuurwerk, waardoor verkeerde classificaties en veiligheidsvoorschriften werden gehanteerd. "En dat terwijl de overheid beter wist, na een eerdere vuurwerkexplosie in Culemborg".

Verplichten tot strafvervolging

Van Buitenen: "Ik vind dat het strafrechtelijk onderzoek naar de vuurwerkramp moet worden heropend. Ik hoop dat de aangifte serieus wordt genomen en zijn weg vindt in het justitiële apparaat". Mocht dat niet lukken, dan starten Bakker, Paalman en Van der Molen een zogeheten Artikel 12-procedure.

Dat is een juridische procedure die je als belanghebbende kan starten als de officier van justitie besluit om niet tot vervolging over te gaan. Direct belanghebbenden kunnen aan een gerechtshof vragen het OM te verplichten tot strafvervolging.

STER reclame