NOS/Bart Kamphuis

De huurprijzen zijn in juli 2019 gemiddeld 2,5 procent gestegen ten opzichte van een jaar eerder, blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). De prijs van sociale huurwoningen van woningcorporaties steeg gemiddeld 2 procent.

Bij vrije sectorwoningen en sociale huurwoningen van private verhuurders was de stijging hoger; allebei 3,3 procent. Traditioneel wordt ieder jaar in juli de huur aangepast.

CBS/NOS

De gemiddelde huurstijging van 2,5 procent is hoger dan vorig jaar (2,3 procent) en bijna even hoog als het gemiddelde van de afgelopen tien jaar (2,6 procent).

Bij een wisseling van bewoners was de prijsstijging veel hoger dan gemiddeld, namelijk 8,2 procent. Dat is wel minder dan de 9,6 procent van vorig jaar. Bij een wisseling van bewoner hebben verhuurders meer speelruimte om huren te verhogen, want er gelden dan minder regels.

De gemiddelde stijgingen bleven ruim onder de maximaal toegestane verhogingen. Voor zittende huurders geldt dat aan de hand van inflatie en inkomen en toeslagen wordt bepaald hoeveel de huur maximaal mag stijgen. Dit jaar was dat maximaal 4,1 of 5,6 procent.

Voor corporaties geldt daarnaast de regel dat hun totale huurinkomsten aan een maximale stijging zijn gebonden. Voor 2019 is dat 2,6 procent. Deze regels gelden dus niet voor vrijesectorwoningen. Boven de 720,42 euro geldt een woning niet meer als sociale huurwoning.

Amsterdam hoogst, Drenthe laagst

Er zijn ook regionale verschillen. In Amsterdam stijgen de huren al jaren het hardst, dit jaar met 3,4 procent. Rotterdam zit daar met 3,2 procent net iets onder.

Mede door de hoge huren in Amsterdam is Noord-Holland de provincie met de hoogste huurstijging: 3,1 procent. De provincie met de laagste huurstijging was Drenthe: 1,9 procent.

In de NOS op 3 special Kijken, Kijken, Niet Kunnen Kopen duik je dieper in de problemen en oplossingen op de huizenmarkt:

Special: Kijken, kijken, niet kunnen kopen

STER reclame