Spinraza, het middel tegen de spierziekte SMA dat onlangs in het basispakket is opgenomen BIOGEN
NOS Nieuws Binnenland Aangepast

'Houd eens een medicijn uit de basisverzekering vanwege de prijs'

"Voor de onderhandelingspositie van minister Bruins zou het goed zijn als hij eens een duur geneesmiddel zou weigeren op te nemen in de basisverzekering." Dat zegt zorgeconoom Marcel Canoy van de Erasmus Universiteit. "Je moet dan natuurlijk niet een middel kiezen dat levensreddend is voor patiënten. Maar er komen genoeg kankergeneesmiddelen op de markt waarvan absoluut niet vaststaat of ze wel werkzaam zijn. Zo'n middel zou een goede keuze zijn."

Bruins publiceerde vanmorgen een open brief in de Volkskrant, waarin hij de farmaceutische industrie oproept mee te werken aan betaalbare zorg.

Dure medicijnen slokken een steeds groter deel van het zorgbudget op, zegt de minister:

Minister: "Ik wil goede medicijnen voor een redelijke prijs"

In de ogen van Canoy is de onderhandelingspositie van de minister heel moeilijk. Hij moet immers in het geheim onderhandelen om de prijzen omlaag te krijgen, als die volgens zijn adviseurs van het Zorginstituut te hoog zijn. De uitkomsten van die onderhandelingen, maar ook het verloop ervan moeten geheim blijven, anders trekken de farmaceutische bedrijven zich terug uit het proces.

En als hij een middel weigert op te nemen in de basisverzekering krijgt hij de publieke opinie over zich heen en komen patiënten hun verhaal doen in de media, ook bij de NOS.

Canoy is ook adviseur van de Autoriteit Consument en Markt en lid van de Adviescommissie Pakket, het onderdeel van het Zorginstituut Nederland dat het advies over de toelating van nieuwe medicijnen in het basispakket voorbereidt. Hij begrijpt wel dat de minister een moreel appel op de farmaceutische industrie doet om inzicht te bieden in hoe de prijzen tot stand komen.

Zeldzame ziekten met weinig patiënten

"Maar er lopen wel een paar dingen door elkaar. Er is een groot verschil tussen een farmaceut die een product dat al uit patent is een beetje restylet, een weesgeneesmiddelenstatus aanvraagt en de prijs duizend keer verhoogt en een bedrijf dat een nieuw middel op de markt brengt tegen een ziekte waarvoor geen medicijnen bestaan."

Weesgeneesmiddelen zijn medicijnen tegen heel zeldzame ziekten met weinig patiënten. Ze krijgen bij toelating op de markt in de Europese Unie een tienjarig monopolie.

Bij echt nieuwe, dure geneesmiddelen heeft het volgens Canoy niet zo veel zin om transparantie te vragen over de ontwikkelkosten. "Het gaat om heel grote bedrijven die veel middelen ontwikkelen en de research en ontwikkelingskosten vaak delen. Wat moet je dan precies toerekenen aan een bepaald middel dat hier op de markt komt?"

Dosering van middelen

Ook bestuursvoorzitter Joep de Groot van zorgverzekeraar CZ is niet verrast door de inhoud van Bruins' brief. "Die kenden we al uit eerdere uitingen van de minister", zegt hij. "Wij kijken niet zo naar Den Haag, maar focussen op wat we zelf kunnen doen, nu, in de huidige situatie.

De Groot noemt als eerste de vervanging van heel dure 'biologicals', medicijnen gemaakt van levende organismen, door de minder dure biosimilars. Dat zijn kopieën van de originele middelen. "Daar is heel veel mee te besparen", zegt hij. "De Maartenskliniek heeft bij reumapatiënten op die manier veertig procent bespaard op de uitgaven voor medicijnen."

Verder kan er gekeken worden naar de dosering van middelen. In de onderzoeken bij patiënten die de industrie organiseert wordt gezocht naar de hoogste werkzame dosering die veilig is voor patiënten. "Maar niet naar de laagste dosering die werkzaam is, en ook daar is veel te besparen."

Met nieuwe methoden van diagnostiek is ook veel voordeel te behalen: voor patiënten en financieel. Dankzij de voortschrijdende mogelijkheden van dna-techniek kan steeds vaker van tevoren vastgesteld worden of een bepaalde patiënt baat gaat hebben bij een medicijn of niet.

"En in het Erasmus MC in Rotterdam wordt een proef gedaan met start-en-stopcriteria. Wanneer geef je een bepaalde patiënt een middel en wanneer is het moment om ermee te stoppen als uit de evaluatie blijkt dat het te weinig doet voor die patiënt?"

Het laatste voorbeeld dat De Groot noemt is misschien wel het meest voor de hand liggende: "Er zijn medicijnen, vooral kankermiddelen, die in de praktijk niet zo veel of soms niets doen. Die zijn toegelaten en worden vergoed, omdat ze in de onderzoeken bijvoorbeeld de omvang van de tumor verminderden. Maar in de praktijk veranderen ze niets aan de sterfte van patiënten. Dan moeten we ook gewoon durven stoppen met het vergoeden ervan.

STER reclame