NOS

Van 9 tot 5 op kantoor is al honderd jaar de norm, maar hoe lang nog?

time icon
Geschreven door
Erika de Joode
redacteur Online

Hoewel in vacatures steeds vaker wordt gevraagd om personeel zonder '9 tot 5-mentaliteit', is acht uur werken per dag in Nederland nog altijd de norm. En dat is het al honderd jaar: vandaag is het precies een eeuw geleden dat de Tweede Kamer akkoord ging met werkdagen van acht uur in fabrieken, kantoren en werkplaatsen.

Er lijkt wat dat betreft niet zoveel veranderd, maar schijn bedriegt, zegt arbeidseconoom Joop Schippers van de Universiteit Utrecht. "Er is veel meer flexibiliteit dan vroeger. Steeds meer werknemers en natuurlijk zzp'ers kunnen zelf hun begin- en eindtijden bepalen."

Bovendien zijn we de afgelopen honderd jaar minder gaan werken, zegt hij. Want acht uur per dag werken is misschien al een eeuw de norm, tot begin jaren 60 deden we dat wel zes dagen per week. "De vrije zaterdag kennen we pas sinds 1960. En inmiddels werken steeds meer mensen 36 uur, dus op sommige dagen al minder dan acht uur."

Zesurige werkdag

Jan de Leede, universitair docent Human Resource Management aan de Universiteit Twente, wil nog wel een stapje verder gaan dan die 36 uur. Als het aan hem ligt, worden werkdagen van zes uur de norm. "Dat leidt tot een hogere productiviteit, minder stress en minder ziekteverzuim. Ook wordt de balans tussen werk en privé hersteld, een van de grote issues van de huidige arbeidsmarkt."

Het pleidooi van De Leede lijkt op dat van historicus en journalist Rutger Bregman, die een aantal jaar geleden ook pleitte voor een kortere werkweek. In Zweden is daar al volop mee geëxperimenteerd. Werknemers bleken zich daar inderdaad minder vaak ziek te melden en hadden minder stress, maar de kosten van de proef vielen hoog uit, vooral in de publieke sector. Zo moest een deelnemend verpleeghuis extra mensen aannemen om de 'verloren' uren op te vullen.

In de zorg en het onderwijs ben je in zes uur niet ineens productiever dan in acht uur.

Janneke Plantenga, hoogleraar economie Universiteit Utrecht

Logisch, vindt Janneke Plantenga, hoogleraar economie aan de Universiteit Utrecht, want minder uren werken leidt niet altijd tot een hogere productiviteit. "In sommige beroepen is productiviteit gekoppeld aan aanwezigheid, vooral in de zorg en het onderwijs. Je bent daar in zes uur niet ineens productiever dan in acht uur."

Volgens Plantenga moet de discussie in Nederland niet alleen gaan over minder werken, maar ook over méér. "Nergens is het verschil in gewerkte uren tussen mannen en vrouwen zo groot als in Nederland. Prima wanneer mannen minder gaan werken, maar vrouwen werken massaal in deeltijd. Die zouden juist méér uren kunnen werken."

'Deeltijdklem'

Die scheve verdeling heeft te maken met wat Plantenga de "deeltijdklem" noemt, vertelt ze. "Onze hele maatschappij is ingericht op parttime werk. Denk aan schooltijden en kinderopvang. Daardoor worden mensen - nog altijd vooral de vrouwen - eigenlijk gedwongen om parttime te gaan werken."

Ook werkgeversorganisatie VNO-NCW vindt dat de uitdaging voor Nederland is hoe we "met onze deeltijdcultuur" meer uren kunnen gaan werken. "Korter werken klinkt misschien leuk, maar door de krapte en de vergrijzing zal dat juist averechts uitpakken", zegt een woordvoerder. "Extra handen in bijvoorbeeld de zorg en het onderwijs zijn nu al lastig te vinden, laat staan als mensen ook nog minder gaan werken."

Uit cijfers van het CBS blijkt dat Nederlanders gemiddeld - dus inclusief de werkuren van parttimers - de kortste werkweek van Europa hebben:

Toch blijft universitair HRM-docent De Leede voorstander van minder werken. "Ik zie de bezwaren, maar roep wel op tot meer experimenten. Want als de voltijdsnorm voor iedereen naar beneden gaat, kan er bijvoorbeeld ook meer evenwicht komen tussen mannen en vrouwen. Niet alleen op de arbeidsmarkt, maar ook in bijvoorbeeld de verdeling van eventuele zorgtaken."

Arbeidseconoom Schippers ziet die voltijdsnorm nog wel naar beneden gaan. "Het kan goed zijn dat we over twintig jaar een 32-urige werkweek als de standaard zien." Die ontwikkeling naar minder werkuren past bij een beweging die al veel langer aan de gang is, zegt hij.

"We zijn gemiddeld steeds minder gaan werken naarmate onze welvaart toenam. Bij een stijgende welvaart gaan we meer uitgeven aan consumptiegoederen en willen we meer vrije tijd. Dat is al gaande sinds de tweede helft van de negentiende eeuw. Eerst werden kinderen tot een bepaalde leeftijd vrijgesteld van arbeid, daarna ouderen en vervolgens zijn we gaan snijden in de uren. Die beweging gaat gewoon door."

STER Reclame