Getty Images

De nazorg voor overlevenden van terroristische aanslagen is de afgelopen jaren tekortgeschoten in Nederland, zeggen slachtoffers. Slachtofferhulp erkent dat de hulp de laatste jaren beter had gekund.

De Nederlandse Ferry Zandvliet, die de aanslag op de Bataclan in Parijs in 2015 overleefde, en Gabriella van Rosmalen, overlevende van de aanslag op de boulevard van Nice in 2016, vinden dat er meer aandacht moet komen voor het geestelijk letsel bij overlevenden van aanslagen. Het verwerkingsproces zou daardoor spoediger kunnen verlopen.

Tientallen Nederlandse overlevenden van aanslagen zijn het met hen eens; Slachtofferhulp heeft naar aanleiding van de aanslag op de Bataclan maatregelen doorgevoerd om de hulp na traumatische gebeurtenissen te verbeteren.

Zandvliet en Van Rosmalen reageren op het nieuws dat het dodental van de aanslagen in Parijs naar boven is bijgesteld. Een man die de aanslag overleefde, een ernstige posttraumatisch stressstoornis kreeg en twee jaar later zelfmoord pleegde, wordt nu tot de slachtoffers gerekend. Zijn dood is een direct gevolg van de terroristische aanval, zeggen onderzoeksrechters.

"In de dagen na de aanslag heb je geen idee wat je nodig hebt en wat beschikbaar is", zegt Zandvliet. "Pas na jaren kom je erachter dat je best veel dingen hebt gemist." Eigenlijk moet het hele systeem in Nederland op de schop, vindt hij. "Overlevenden van aanslagen hebben vanaf het begin hulp van professionals nodig. Die zitten wel op bepaalde plekken, maar zijn niet te vinden. Slachtofferhulp wil heel graag helpen, maar het moet echt professioneler."

Hulpverleners, geen psychiaters of psychologen

Slachtofferhulp erkent dat de hulp de laatste jaren minder goed was geregeld, maar zegt naar aanleiding van de aanslag op de Bataclan stappen te hebben gezet door het intensiveren van (internationale) samenwerkingsverbanden en centraliseren van de hulp.

De organisatie zegt ook maar tot een bepaalde hoogte hulp te kunnen leveren bij de traumaverwerking. "Wij kunnen heel goed helpen bij de eerste emotionele verwerking, bij de schadevergoeding en bij praktische zaken als verzekeringen en het strafproces", zegt woordvoerder Jytte Reichert. "Maar als er intensievere psychologische hulp nodig is, moeten wij doorverwijzen. Bij ons werken hulpverleners, geen psychiaters of psychologen."

Na de aanslag in Nice durfde ik niet meer met het openbaar vervoer en had de hele dag paniekaanvallen. Eigenlijk voelde ik me nergens veilig.

Gabriella van Rosmalen

En daar gaat het mis, zegt Gabriella van Rosmalen. Zij wandelde op haar huwelijksreis op 14 juli 2016 met haar man over de boulevard van Nice, toen daar een aanslag werd gepleegd met een vrachtwagen. 86 mensen kwamen om het leven. "Slachtofferhulp heeft zo goed als mogelijk geholpen, maar ze konden niet de hulp bieden die nodig was. Ook bij andere instanties konden mijn man en ik niet terecht", zegt ze.

Na de aanslag lag haar hele leven stil. "Ik durfde niet meer met het openbaar vervoer en had de hele dag paniekaanvallen. Eigenlijk voelde ik me nergens veilig." Daarnaast had ze last van een schuldgevoel ten opzichte van de mensen die de aanslag niet overleefden.

Psycholoog Peter van der Velden herkent de ingrijpende psychische problemen bij overlevenden van aanslagen. "Ooggetuigen van aanslagen zijn vaak nog lang angstig of houden nachtmerries. Hun levens zijn ontregeld, maar aan de buitenkant is niets te zien. Dat maakt het veel lastiger voor henzelf en hun omgeving", zegt Van der Velden van de Tilburg University.

"Daarom zeggen slachtoffers wel eens: had ik maar mijn been gebroken. Dan hoef je weinig uit te leggen, omdat iedereen het kan zien."

Aanslag in Parijs AFP

De jaren na de aanslag in Bataclan heeft Slachtofferhulp twee grote veranderingen doorgevoerd om de werkwijze te verbeteren. De samenwerking tussen het ministerie van Buitenlandse Zaken en Slachtofferhulp is geïntensiveerd. "Zo komen de overlevenden veel sneller bij ons terecht. We merkten vaak dat de slachtoffers niet eens duidelijk wisten dat wij bestaan", zegt Reichert van Slachtofferhulp.

Ook is de hulp voor slachtoffer gecentraliseerd: de organisatie Victims Support Europe een grotere coördinerende rol gekregen. "Direct na een aanslag communiceren zij meteen naar slachtofferorganisaties in elk land in Europa dat er een kans is dat er slachtoffers uit dat land zijn. Wanneer gegevens van slachtoffers bekend zijn, wordt de betreffende organisatie daarvan op de hoogte gebracht. Er zijn sinds vorige week ook rechtstreeks lijnen naar slachtofferorganisaties in Azië, de Verenigde Staten, Canada en Australië."

Maar dit zijn "totaal niet" de verbeterpunten waar het slachtoffer iets aan heeft, zegt Zandvliet. "Er moet iets worden gedaan aan het zwarte gat na Slachtofferhulp. Ik vond na vier maanden pas een psycholoog. Je moet zelf zo ontzettend hard op zoek gaan naar hulp, en dat is heel moeilijk als je net een aanslag hebt meegemaakt."

Onderzoeker Van der Velden vindt overigens dat de opvang van overlevenden van aanslagen in Nederland juist goed is geregeld. "Als er een wereldwijde top-10 zou worden gemaakt, staat Nederland zeker in de top-5. We hebben hier ongelooflijk veel kennis en er zijn instanties die getuigen doorverwijzen naar de juiste behandelaar."

Hij wijst erop dat mensen met trauma's vaak zelf afwijzend tegenover hulp staan. Uit onderzoek blijkt dat veel slachtoffers met PTSS wachten met hulp zoeken. "Mensen hebben de neiging te wachten en stappen niet snel zelf naar een ggz-instelling of psychotherapeut. Dat is jammer omdat er zeer effectieve behandelingen voor PTSS bestaan."

Zelf contact zoeken met lotgenoten

Ferry Zandvliet en Gabriella van Rosmalen zochten zelf wel hulp, maar vonden het heel moeilijk om die te vinden. Daarom zochten ze ook contact met lotgenoten. Nog steeds spreken ze elkaar en anderen via Facebook. Dat hebben ze allebei als zeer prettig ervaren. De Nederlandse overheid zou lotgenoten met elkaar in contact moeten brengen, zegt Zandvliet. "Zo kwam ik erachter dat er twee mensen zijn die op het strand in Tunesië waren bij de aanslag daar. Waarom worden die niet aan elkaar gekoppeld?"

In de Facebookgroep zitten inmiddels tussen de veertig en vijftig lotgenoten. "Het is een platform voor als je even iets nodig hebt van elkaar. Een tip voor een goede psycholoog, uitleggen hoe je schadevergoeding moet aanvragen, en ga maar door", legt Zandvliet uit. "Ik merk dat ik met die groep iets aantik waar behoefte aan is. Iedereen in die groep is het met me eens dat de nazorg niet goed geregeld is. Het heeft mij zo goed geholpen om gewoon een biertje met lotgenoten te drinken en hierover te praten."

Volgens onderzoeker Van der Velden kan het inderdaad prettig zijn voor overlevenden als ze met lotgenoten praten. "Zulke gesprekken kunnen geruststellend werken, maar het dient niet als behandeling. De kans is klein dat je op die manier van een posttraumatische stressstoornis afkomt."

Aanslag Nice op de boulevard AFP

Zandvliet en Van Rosmalen zijn ervan overtuigd dat de gesprekken hielpen bij het herstel. Bij beiden gaat het inmiddels weer een stuk beter. Zo bezocht Zandvliet gisteravond nog een concert en durft Van Rosmalen weer in de metro te stappen.

"Nu denk ik niet meer elke minuut aan wat er is gebeurd, maar nog maar een keer per dag of een keer in de twee dagen", vertelt ze. "Al blijft dit een lastige periode, nu het bijna drie jaar geleden is dat we daar in Nice op de boulevard liepen tijdens onze huwelijksreis. Onze bruiloft heeft een wrange nasmaak gekregen."

Door haar ervaringen te delen op haar eigen website en sociale media wil Van Rosmalen nu graag lotgenoten helpen bij wie het minder gaat. "Ik wil ze handvatten geven en ze laten zien dat het leven ook weer beter kan worden na zo'n traumatische gebeurtenis."

Ook Zandvliet zit goed in zijn vel. "Maar ik ben wel altijd heel hard op zoek gegaan naar hulp en zorg. Dat moet wel in je zitten. Toch zullen de gedachtes aan die aanslag altijd in je blijven zitten. Het gaat niet weg. Vaak komt de grote klap pas jaren later."

STER reclame