ANP

Het principe-akkoord pakt niet voor elk pensioen even gunstig uit

tijd van publicatie Aangepast
Geschreven door
Gidi Pols
redacteur Economie

Er ligt een principe-akkoord voor een nieuw pensioenstelsel. Het lekte gisteren uit, werd vandaag gepresenteerd en ergens de komende tijd buigen de FNV-leden zich er nog over.

Maar wat zijn eigenlijk de gevolgen van akkoord als het er komt? We zochten het uit per leeftijdsgroep:

De 35-minners

De jongste groep op de arbeidsmarkt wordt van een toekomstige last verlost. In het huidige systeem betalen zij met hun inleg de pensioenen voor de ouderen. Dat was een prima systeem in een land waar vrijwel iedereen het hele werkende leven in loondienst werkte en niet te vaak van baan wisselde.

Maar tegenwoordig zijn de carrières van mensen veel grilliger. Ze beginnen bijvoorbeeld in loondienst en gaan vervolgens voor zichzelf werken. "Deze mensen hebben nu last van het systeem", zegt Marike Knoef, hoogleraar economie aan de Universiteit Leiden en directielid van pensioendenktank Netspar. "Ze betalen aan het begin van hun werkende leven te veel en krijgen dat later niet terug."

Geen zin om het artikel te lezen? Kijk hieronder snel wat het akkoord voor jou betekent:

In het principe-akkoord dat er nu ligt, wordt de 100 euro inleg van een 20-jarige meer waard dan de inleg van een 60-jarige. Een jonge werkende krijgt dus meer pensioenuitkering terug voor dezelfde premie.

"Dit is eerlijker omdat de 100 euro van een 20-jarige langer de tijd heeft om rendement op te brengen, en dus feitelijk ook meer waard is", zegt Knoef. Het werkt een beetje zoals bij een spaarrekening met gunstige rente: hoe langer het geld erop staat, hoe meer het waard wordt.

Daarnaast zijn er meer mogelijkheden gekomen om de pensioenen op maat te maken. Zo komen er bijvoorbeeld twee verschillende pensioencontracten. Het ene lijkt veel op de huidige premieregeling met beperkte risicodeling, wat inhoudt dat de risico's van beleggingen niet gedeeld worden tijdens het opbouwen van het pensioen.

Het andere contract kent een uitgebreidere risicodeling, wat betekent dat het risico van beleggingen gedeeld wordt door de mensen die het pensioen opbouwen en die al pensioen uitgekeerd krijgen. "Het nadeel van het nieuwe systeem is dat het mogelijk wat ingewikkelder wordt allemaal. Met die verschillende contracten en een premie die afhankelijk is van je leeftijd", zegt Corine Reedijk, pensioenconsultant bij Aon.

De groep tussen 35 en 55

De door te slikken meloen van dit principe-akkoord lijkt bij de 35-jarige tot 55-jarige op het bord te liggen. "Die hebben in hun werkzame jaren wat meer premie betaald in verhouding tot hun opbouw, dat is naar de werkende ouderen gegaan", vertelt Knoef. "Maar in het nieuwe systeem komt er geen nieuwe generatie jongeren die dit voor hun pensioen gaat doen."

De groep heeft dus wel de lasten van het huidige systeem gedragen, maar krijgt niet de lusten van dit systeem en eigenlijk ook niet die van het nieuwe systeem. In het nieuwe systeem zijn de euro's die werkenden vroeg in hun werkzame leven inbrengen namelijk het meeste waard.

Dit geldt het meeste voor de mensen rond de 45 jaar, schrijft de Sociaal Economische Raad (SER) vandaag in een advies. Bij de presentatie van het principe-akkoord riep SER-voorzitter Mariëtte Hamer dan ook op de mensen die benadeeld worden zorgvuldig te compenseren. Een compensatieregeling mag niet leiden tot pech- en geluksgeneraties, meent de raad. Hamer: "Het is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de sociale partners en de overheid om tot een goede invulling van de compensatie te komen."

Als er geen compensatie komt kan de middelbare groep er tot 10 procent op achteruit gaan, berekende het Centraal Planbureau in februari al.

Ook kan deze groep nadeel ondervinden doordat er sneller geïndexeerd wordt, zegt het CPB vandaag over de effecten van het nieuwe pensioenstelsel. "Bij dekkingsgraden boven de 100% wordt eerder geïndexeerd in het voorgestelde nieuwe contract. Op lange termijn leidt dit tot lagere buffervorming en daarmee tot minder indexatieperspectief. Gecombineerd met het afschaffen van de doorsneesystematiek worden cohorten die geboren zijn rond het jaar 1980, het meest geraakt."

Veranderingen die voor iedereen gelden

Vanaf 2024 gaat de pensioenleeftijd meestijgen met de levensverwachting. Anders dan in het huidige systeem gaat de pensioenleeftijd per extra leefjaar niet één jaar omhoog, maar acht maanden.

Daarnaast is het systeem iets risicovoller geworden, omdat de pensioenfondsen door het nieuwe pensioencontract lagere buffers mogen aanhouden. Bij veel slechte jaren zou dit dus voor snellere verlagingen van het pensioen kunnen zorgen. Bij veel goede jaren wordt het pensioen ook sneller hoger.

Tussen 55 en pensioen

De nadelen die de middelbare groep ondervindt nemen steeds meer af voor de groep boven de 55 jaar. Daarnaast staan er een paar afspraken in het principe-akkoord die vooral positief uitvallen voor de bijna-gepensioneerden.

Ten eerste wordt de AOW-leeftijd bevroren tot 2024. Dit betekent dat Nederlanders die nu 64 jaar zijn er zeker van zijn dat zij op een leeftijd van 66 jaar en 4 maanden voor het eerst AOW op de rekening gestort krijgen. Daarna loopt de pensioenleeftijd in stappen op naar 67 jaar in 2024. Pas na dat jaar wordt de pensioenleeftijd afhankelijk van de levensverwachting.

Het tweede voordeel voor de bijna-gepensioneerden is de regeling voor zware beroepen, mensen die vanwege de fysieke of psychische belasting van hun werk niet langer willen of kunnen doorwerken. In het huidige systeem kunnen ouderen drie jaar voor de AOW-leeftijd stoppen met werken en toch een maandelijks een bedrag op hun rekening krijgen van hun voormalige werkgever. Maar het bedrijf moet nu nog boven op de uitkering een boete betalen aan de overheid.

In het nieuwe systeem wordt een bedrag tot zo'n 1100 euro per maand boetevrij. Daardoor is de regeling met name gunstig voor laagbetaalden, waar doorgaans ook de meeste zware beroepen onder zitten. Er komt geen lijst met zware beroepen vanuit de overheid, maar denk hierbij bijvoorbeeld aan verplegers, vuilnismannen en metaalbewerkers.

De bijna-gepensioneerden zijn de eerste die gebruik kunnen maken van de regeling, maar de verandering is ook gunstig voor de jongere groepen. Als zij de pensioengerechtigde leeftijd naderen kunnen ze immers ook gebruik maken van de regeling.

ANP

De gepensioneerden

De werkenden die in het nieuwe systeem met pensioen gaan, winnen op nog een punt: keuzevrijheid. Als het akkoord gesloten wordt, kunnen gepensioneerden voortaan in het begin van het pensioen gelijk 10 procent van hun pensioen opnemen. "Voor bijvoorbeeld een verbouwing of een wereldreis", zei minister Koolmees vanochtend tijdens de presentatie van het principe-akkoord.

Daarnaast kan het grote spook van de pensioenkorting wellicht weer terug in de kast. In het nieuwe systeem mogen de fondsen lagere buffers aanhouden. "Daardoor is mogelijk de pensioenkorting van de baan of tenminste verzacht", zegt Knoef.

De zzp'ers

De zelfstandigen zonder personeel komen ook aan bod in het principe-akkoord. In het nieuwe systeem mogen zzp'ers zich vrijwillig aansluiten bij een pensioenregeling in de sector waar zij werken. Nu mag dat alleen als ze eerst als werknemer aan deze regeling deelnamen.

Daarnaast moeten zzp'ers zich verplicht tegen arbeidsongeschiktheid gaan verzekeren. Een deel van de zzp'ers heeft zich in het verleden uitgesproken tegen deze verplichting, omdat ze de eigen keuze een bedrijfsrisico vinden. Andere zzp'ers zijn juist voor de verplichting omdat hierdoor alle werkenden zeker zijn van een uitkering bij arbeidsongeschiktheid. Het kabinet noemt dit ook als argument.

STER Reclame