Drie terroristen vlak voor hun aanslag op het Belgische vliegveld Zaventem (2016) AFP

AIVD telt in 15 jaar meer dan 100 jihadistische aanslagen in het Westen

tijd van publicatie Aangepast
Geschreven door
Hugo van der Parre
Research-redacteur
Winny de Jong
Dataredacteur

De afgelopen vijftien jaar hebben jihadisten 112 terroristische aanslagen in het Westen gepleegd. Driekwart daarvan vond plaats in de afgelopen vijf jaar, een sterke toename die samenhangt met de opkomst van IS in 2014.

De cijfers staan in een analyse die de inlichtingen- en veiligheidsdienst AIVD heeft gemaakt. De dienst wil met de publicatie bijdragen aan meer objectieve kennis over in het Westen gepleegde aanslagen.

Veertien westerse landen, waaronder Nederland, werden getroffen, maar van alle aanslagen vond 70 procent plaats in slechts vier landen: Frankrijk, de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Duitsland. Sinds de ondergang van het IS-kalifaat is het weer een stuk rustiger geworden.

Aanslagen wereldwijd

Geslaagd?

Van de 112 geanalyseerde aanslagen was 76 procent 'succesvol'. Dat wil zeggen dat ze daadwerkelijk zijn uitgevoerd en hebben geleid tot slachtoffers of schade. De laatste vijf jaar steeg dat percentage naar 84. Bij 12 procent vielen meer dan vijftig doden of gewonden.

De aanslagen in het Westen werden in de meeste gevallen ofwel aangestuurd door al-Qaida of IS, ofwel door die terroristische organisaties gestimuleerd of geïnspireerd. Vooral IS is erin geslaagd om sympathisanten te mobiliseren en inspireren om in naam van IS aanslagen te plegen.

Van alle aanslagen werd 80 procent gepleegd door één dader. Vaak gebeurde dat met een steekwapen: in 41 procent van de gevallen werd een mes of ander steekwapen gebruikt. Explosieven werden in de eerste tien jaar nog relatief veel gebruikt, maar zijn daarna veel minder ingezet. De laatste jaren was de inzet van een voertuig een betrekkelijk nieuw fenomeen: bij 17 procent van de aanslagen in de periode 2014-2018 werd een vrachtwagen of personenauto gebruikt. Dat gebeurde daarvoor nauwelijks.

Doelwitten

De meeste aanslagen waren gericht tegen doelwitten (.pdf) die makkelijk benaderbaar waren en nauwelijks beveiligd werden. Denk aan openbare locaties als winkelstraten, pleinen en kerstmarkten waar veel publiek bijeen was. Hoewel het gevoel misschien anders is, werd toch maar zes keer een openbaar evenement uitgekozen door terroristen: de marathon in Boston, het vuurwerk in Nice, een hardloopwedstrijd in de VS en driemaal een kerstmarkt.

Aanslagen wereldwijd

Militairen en politieagenten waren veel vaker doelwit: 36 procent van de aanslagen in het Westen was gericht tegen geüniformeerd personeel, met een flinke stijging in de laatste vijf jaar. Volgens de AIVD moeten aanslagen op militairen en agenten worden gezien als een aanslag op het gezag dat zij vertegenwoordigen en vormen ze daarom in de ogen van terroristen een gerechtvaardigd doelwit. "Die aanslagen zijn niet gericht tegen de persoon zelf, het zijn aanslagen op het uniform."

Cartoons

Een aparte categorie aanslagen is die op mensen die door de terroristen worden gezien als blasfemisten: personen die in hun ogen de islam, de Koran of de profeet Mohammed beledigen. De moord op Theo van Gogh in 2004 geldt als de eerste aanslag in het Westen op een blasfemist.

Bijna alle aanslagen in deze categorie hebben te maken met opwinding over cartoons, zoals de tekeningen van de Deen Kurt Westergaard en het satirische tijdschrift Charlie Hebdo. Ook het steekincident op het Centraal Station van Amsterdam heeft daar verband mee: de dader was immers naar Nederland gekomen omdat Geert Wilders een Mohammed-cartoon-wedstrijd had aangekondigd.

Claims niet betrouwbaar

De AIVD merkt op dat lang niet van alle aanslagen duidelijk wordt wat precies het hogere doel achter de aanslag was."De claims door terroristische groeperingen zijn niet altijd betrouwbaar, verklaringen van daders wisselen soms en legitimeringen worden soms pas achteraf bedacht."

Het kan daarnaast gaan om een eenling die gehoor geeft aan de oproep om aanslagen uit te voeren en zijn geweldsdaad ziet als een persoonlijke bijdrage aan de strijd tegen het gehate Westen.

"De opsomming die wij hebben gegeven, daarvan hebben we zelf geconstateerd dat dat aanslagen zijn geweest die vanuit een jihadistisch motief zijn gepleegd", zei AIVD-directeur Schoof in het NOS Radio 1 Journaal.

Risico blijft

Vorig jaar kwam een eind aan het zogenoemde kalifaat dat IS uitriep in Irak en Syrië. De AIVD gaat ervan uit dat de recente afname van het aantal aanslagen in het Westen daar een gevolg van is.

"De dreiging blijft onverminderd groot, maar we zien wel dat het ineenstorten van het kalifaat van grote betekenis is", zei Schoof. "IS-aanhangers in Europa zijn de link met IS kwijt. Dat leidt voor de time being tot een desoriëntatie. Maar IS is nog steeds actief en blijft proberen om mensen te inspireren."

Europese jihadisten die na de val van het kalifaat in het Midden-Oosten zijn gebleven, vormen volgens Schoof nog altijd een risico.

STER Reclame