nos
NOS Nieuws Politiek

Vorig jaar ruim 4100 moties in de Tweede Kamer. Kan dat niet anders? 

Een lijst van bijna tweehonderd debatten die nog gevoerd moeten worden. Wekelijks ruim honderd moties waarover gestemd moet worden. En een toenemend aantal hoofdelijke stemmingen, waarvoor Kamerleden hun lopende debat moeten verlaten en alle 150 één voor één in de plenaire zaal "voor" of "tegen" moeten zeggen. Het is druk in de Kamer, en Kamervoorzitter Arib maakt zich er zorgen om.

"De lijst groeit en groeit" zegt ze. Sommige aangevraagde debatten staan al ruim een jaar op de wachtlijst. Wie het onlangs verschenen rapport De Staat van de Kamer doorleest, ziet dat 2018 in veel opzichten een recordjaar was.

Aan kop staat het aantal moties, voorstellen van Kamerleden waarin extra inzet van de regering wordt gevraagd, of een andere koers van het beleid. In 2017 waren het er 2471, in 2018 steeg dat naar 4141.

Ook het aantal zogeheten dertig-leden-debatten steeg flink. Debatten waarbij ook een minderheid van dertig Kamerleden onderwerpen op de agenda kan zetten. Waren dat er in 2008 nog 550, vorig jaar was dat gestegen naar 1537. Ook het aantal hoofdelijke stemmingen steeg met 60 naar recordhoogte.

Terughoudender

Al die toenemende drukte baart Kamervoorzitter Arib zorgen. "Laatst zat ik een debat over de woningmarkt voor, dat was toch zeker meer dan een jaar geleden aangevraagd."

Een Kamerlid dat zegt: ik heb nog geen mening, ik ga eerst het rapport eens bestuderen. Daar zit geen journalist op te wachten.

Arib

Arib denkt dat het daarom goed is als Kamerleden terughoudender zijn, al begrijpt ze dat de druk op Kamerleden is toegenomen. "Het heeft ook te maken met de interactie tussen media, Kamerleden en politiek. Een Kamerlid dat zegt: ik heb nog geen mening, ik ga eerst het rapport eens bestuderen. Daar zit geen journalist op te wachten. Een Kamerlid dat een debat aanvraagt, komt sneller in de krant".

Een ontwikkeling die ook hoogleraar Bert van den Braak van de Universiteit Maastricht ziet. "Het is een trend. Bovendien, wie een debat aanvraagt is vaak ook de eerste spreker in zo'n debat. Voor een kleinere fractie een manier om in the picture te komen."

Versplintering

Het toenemende aantal debatten heeft volgens hem ook te maken met het stijgend aantal partijen en fracties. Het verdwijnen van de zuilen en de versplintering van het politieke landschap brengt dat nu eenmaal met zich mee.

Tientallen debatten staan er nu op de agenda van de Kamer in de wacht. Aan het begin van deze week stonden er voor de Kamer nog 96 reguliere debatten en nog 90 dertig-leden-debatten op de rol.

"Bij de planning proberen we voorrang te geven aan wetgeving en initiatiefwetten. Maar voor actuele ontwikkelingen in de samenleving vegen we de agenda schoon. Zoals het debat over de ziekenhuizen in de financiële problemen", aldus Arib.

Alles waar je veel gebruik van maakt, verliest aan kracht.

Khadija Arib

Van de 4141 moties die er vorig jaar werden ingediend, werden er 1485 aangenomen. Dat wil zeggen dat 2656 moties, bijna twee derde, niet werden aangenomen.

4141 moties in 38 vergaderweken, dat komt gemiddeld neer op ruim honderd per week. Maar dat is maar een gemiddelde en zo kan het zomaar dat er op een dinsdag over bijna 200 moties gestemd moet worden. "Behoorlijk veel", zo verzucht Arib.

Is het dan allemaal verspilde moeite en energie? Arib: "Laat ik zeggen dat iets wat je vaak gebruikt wel aan kracht verliest. Vroeger was zo'n motie nog echt een ding, dan ging een bewindspersoon nog wel eens met knikkende knieën naar huis. Maar die tijden zijn wel voorbij".

Vertrouwensproblemen

Ook Bert van den Braak herinnert zich de tijden dat moties nog wel 'een ding' waren. Neem het kabinet Van Agt-Wiegel uit de jaren 70. "De tweede oliecrisis was uitgebroken, de werkloosheid was hoog en het kabinet moest flink bezuinigen. Een CDA-motie om de VVD in die tijden te dwingen de bezuinigingen in de sociale zekerheidssfeer af te zwakken, dat was niet zomaar iets."

In de huidige tijden waarin meer partijen compromissen moeten sluiten, zullen regeringspartijen elkaar niet zo snel met een zware motie in een debat verrassen. Sterker nog, dat zou tot flinke vertrouwensproblemen kunnen leiden. Daarom worden veel zaken in het wekelijkse coalitieoverleg of daarbuiten besproken. Over dat beleid zou Van den Braak wel wat meer in de media willen horen.

ANP

Terug naar de moties die vorig jaar niet werden aangenomen. Waren die dan allemaal zinloos? "Niet per se. Niet alleen bij het aanvragen van debatten, ook bij het indienen van moties geldt toch: het punt is gemaakt", aldus Van den Braak, "met de aandacht en het even in de publiciteit zijn".

En wat zou een oplossing kunnen zijn om het aantal debatten en moties - die toch allemaal geld en tijd kosten - terug te dringen? Van den Braak is het met Arib eens dat Kamerleden allereerst zelf terughoudender zouden kunnen zijn.

"Maar je zou ook kunnen denken aan het veranderen van de regels voor het houden van debatten. Zo zou je de drempel van de minderheidsdebatten kunnen verhogen naar 50. Aan de andere kant: ook de wachtrij van meerderheidsdebatten is lang. En het heeft ook weer iets democratisch, dat je in ons land ook met een kleine minderheid onderwerpen op de Kamer-agenda kunt zetten", aldus Van den Braak.

Kamerleden zouden terughoudender kunnen zijn. Tegelijkertijd, het markeren van je positie is ieders goed recht.

Khadija Arib

Andere regels? Hogere drempels? Een commissie onder leiding van SGP-fractievoorzitter Van der Staaij bestudeert sinds vorig voorjaar de werkwijze van de Tweede Kamer en de vraag of er iets moet veranderen. Het advies wordt rond de zomer verwacht. Voorzitter Arib merkt af en toe al dat Kamerleden nadenken over de veelheid van debatten en voorstellen. "'Voorzitter, ik hoef toch geen motie', hoor je dan tijdens een debat."

Soms is Arib ook verrast over of iets nu wel of niet leeft. "Dan zit ik een debat voor waarvan ik denk, dit is misschien wat klein of technisch voor veel mensen. Kom ik 's avonds thuis, zie ik me toch veel reacties op Twitter. Dus ja, in het algemeen zouden Kamerleden wat terughoudender kunnen zijn. Tegelijkertijd, het markeren van je positie, dat is ieders goed recht".

STER reclame