Bondscoach Vriesekoop wil Nederlands tafeltennis uit het slop trekken

tijd van publicatie

Deze browser wordt niet ondersteund voor het spelen van video. Update uw browser naar Internet Explorer 10 of hoger om video af te kunnen spelen.

Bondscoach Vriesekoop moet jonge tafeltennissters aan de top brengen

In Boedapest zijn deze week de WK tafeltennis. Met drie vrouwen en drie mannen is Nederland aardig vertegenwoordigd in Hongarije. De kans op succes is echter niet heel groot. Van de zes spelers die in actie komen, staan alleen Li Jie (ITTF-27) en Britt Eerland (ITTF-43) in de top-100. Het Nederlandse tafeltennis staat er dan ook niet goed op.

Daar moet verandering in komen, vindt Bettine Vriesekoop. Het tafeltennisicoon van Nederland is sinds drie maanden bondscoach van de kadetten bij de meisjes en wil het algemene niveau van de sport naar een hoger plan tillen.

"De basis moet hoger en ik probeer de kennis van het tafeltennis bij te brengen", begint de tweevoudig Europees kampioene. "Fysiek moet het gelijk vanaf het begin beter en daar ben ik elke training mee bezig. Ik vind het leuk om met jongeren te werken en iets terug te doen voor het tafeltennis."

Bettine Vriesekoop in actie in 2002 ANP

Vriesekoop trok tijdens haar carrière als speelster niet alleen binnen de lijnen de aandacht, ook daarbuiten viel ze regelmatig op. Ze had dan ook de naam lastig te zijn, zegt ze glimlachend. Als trainer probeert de 57-jarige bondscoach nu aan haar pupillen over te brengen dat zoiets niet slecht hoeft te zijn.

"De meeste toppers zijn gewoon lastig. Je moet op je strepen staan en voor jezelf opkomen. Als je met de meute meegaat, stijg je er ook niet bovenuit. Zonder wrijving geen glans", is ze resoluut.

Warme trainer

"Maar ik ben wel wat milder geworden. Ik probeer liefdevol naar mijn speelsters te zijn, maar ook duidelijk. Ik hoop dat het overkomt dat ik een warme trainer ben, maar ook streng."

Bettine Vriesekoop NOS

Ondanks haar aanwezigheid sinds een paar maanden ziet Vriesekoop dat nog niet alles vanzelf gaat en er nog veel werk aan de winkel is. Een van de problemen is dat de veertienvoudig Nederlands kampioene maar weinig trainingsuren heeft met haar pupillen.

"Ik zou ze eigenlijk elke dag moeten zien, zoals in andere landen wel gebeurt. Maar ik zie de meiden maar eens in de twee à drie weken. Er zijn bij ons te weinig mogelijkheden daarvoor. We zijn financieel afhankelijk van sportkoepel NOC*NSF. Bij de mannen komt helemaal niets binnen, de vrouwen krijgen nog iets omdat die beter spelen. Maar het is echt een probleem."

Vriesekoop heeft wel een duidelijk doel voor ogen. "Als ik de tijd krijg, hoop ik over drie jaar meisjes bij de beste zestien van Europa te hebben. Dat zou al een hele prestatie zijn."

STER Reclame