ANP

Burgerwachten en etnisch profileren: enorme groei burgerpreventieapps

time icon Aangepast

Steeds meer buurten hebben een buurtpreventieapp of -team, mede doordat gemeenten dit stimuleren. In Nederland zijn ongeveer 700 patrouillerende teams en 3500 buurtapps actief. Het overgrote deel is in de afgelopen vijf jaar opgericht.

Het probleem is alleen dat diezelfde gemeenten die dit stimuleren, nauwelijks in de gaten houden wat de controlerende netwerken van bewoners precies doen. Daardoor ontstaan geregeld problemen, zegt onderzoeker Vasco Lub na berichtgeving in het NRC.

Lub onderzocht in opdracht van het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid buurtpreventieteams in meer dan 200 gemeenten. Uit dat onderzoek blijkt dat twee op de drie gemeenten buurtpreventie stimuleren. Politie en bestuurders vinden het goed dat burgers actief betrokken worden bij het voorkomen en opsporen van criminaliteit.

Tiewraps

Alleen ontbreekt het dus aan beleid rondom preventieteams, zegt Lub. "Gemeenten kunnen vaak niet uitleggen wat het doel is van de burgers en dat leidt ertoe dat burgers zelf doelen gaan formuleren."

Dat brengt risico's met zich mee. Lub signaleert dat er zelfs burgerwachten ontstaan, vergelijkbaar met knokploegen. "In die teams of apps gaat het niet meer om het voorkomen van inbraak, maar willen burgers overlastgevende jongeren aanpakken. Of ze willen collectanten toegang tot de wijk onmogelijk maken."

Lub noemt voorbeelden van burgers die een verdacht persoon met tiewraps hadden vastgebonden en buurtbewoners die een rotonde hadden afgezet na meldingen over een inbreker.

Etnisch profileren

Omdat spelregels en trainingen zelden gegeven worden, wordt ook niet geformuleerd binnen welke morele kaders buurtbewoners kunnen opereren. En daardoor ligt etnisch profileren op de loer. Lub: "Er zijn meerdere gevallen bekend van mensen die het verdacht vinden als er iemand van Turkse afkomst in de straat loopt. Of die van bewoners die Roemeense en Poolse nummerborden gingen noteren."

Als er al trainingen gegeven worden, behandelen die vaak de praktische kant van de preventieapps en teams. "Zoals hoe het meldingssysteem werkt of hoe je omgaat met iemand met agressie. Maar het gaat niet om de vraag: wanneer is iets of iemand verdacht?" Lub beveelt daarom trainingen aan waarin deze vraagstukken wel aan bod komen.

Landelijk debat

Daarnaast moeten gemeenten meer overzicht krijgen over de groepen om te voorkomen dat er burgermilities ontstaan. Lub: "Het gaat nu namelijk al erg ver. Soms worden burgers al ingezet om een buurtonderzoek te doen na een inbraak. Er is een reden dat de politie dit normaal gesproken doet. Een willekeurige buurtgenoot is niet altijd onafhankelijk in zijn onderzoek."

Hij pleit ook voor een landelijk debat. "Ik vind dat we als samenleving meer moeten praten over of we die groei en ontwikkeling van buurtteams wel zo wenselijk vinden."

'Het kan altijd beter'

Stephanie Nap, oprichter Stichting WhatsApp Buurtpreventie (WABP) die in 342 Nederlandse gemeenten WhatsAppgroepen geregistreerd heeft, vindt de conclusies van Lub te ongenuanceerd. "Het kan beter, dat mag duidelijk zijn. Maar om alleen de negatieve aspecten te belichten, is wat te makkelijk in onze optiek," schrijft Nap in een mail aan de NOS. Ze zegt dat juist veel bijgedragen word aan bestrijding van criminaliteit en aan het bevorderen van sociale cohesie

Als voorbeeld verwijst zij naar Hilversum. Daar nam de criminaliteit af sinds daar een WhatsAppgroep werd opgericht. Het is niet bewezen dat deze twee zaken verband met elkaar houden, maar de politie in Hilversum zegt wel erg tevreden te zijn met de buurtpreventie.

Nap is niet tegen een landelijk beleid of richtlijn, maar benadrukt wel dat burgers daarbij betrokken moeten blijven. "Draai niet een mooi burgerinitiatief met zoveel mooie, maar onbenoemde resultaten de nek om met documenten, plannen en beleid van bovenaf.'

STER Reclame