AFP

Twee mannen die zich in 2013 en 2014 aansloten bij jihadistische groepen in Irak en Syrië kunnen hun Nederlandse nationaliteit niet kwijtraken. Dat heeft de Raad van State bepaald.

De wet die intrekking van het Nederlanderschap mogelijk maakt, geldt pas sinds 2017 en is ingevoerd zonder terugwerkende kracht. De mannen waren jaren daarvoor al uitgereisd en het is niet te bewijzen of ze bij het ingaan van de wet nog lid waren van een strijdgroep.

Toenmalig staatssecretaris Dijkhoff van Veiligheid en Justitie trok het Nederlanderschap van de twee in 2017 in, nadat ze bij verstek waren veroordeeld voor terrorisme.

Uit de uitspraak blijkt dat de mannen naast de Nederlandse ook de Marokkaanse nationaliteit hadden. Daardoor kon de staatssecretaris ze de Nederlandse nationaliteit afnemen, zonder de mannen stateloos te maken. De Raad van State noemt het handelen van Dijkhoff "niet aanvaardbaar".

'Hele zware sanctie'

"Het intrekken van het Nederlanderschap is een hele zware sanctie", zegt een woordvoerder van de Raad van State over de uitspraak. "Daarom staat in de wet duidelijk dat het alleen voor de gevallen vanaf 2017 geldt."

Volgens Florimond Wassenaar, advocaat van een van de uitreizigers, zou de uitspraak kunnen gelden voor iedereen die voor 2017 naar Syrië is gegaan en een dubbele nationaliteit heeft. "Je kunt alleen de personen van wie je kunt aantonen dat ze waren aangesloten bij een strijdgroep na 1 maart 2017 het Nederlanderschap ontnemen."

Op dit moment liggen er geen soortgelijke zaken op tafel bij de Raad van State, zegt de woordvoerder. Hij sluit niet uit dat die er nog komen. Wel benadrukt hij dat de mannen nog strafrechtelijk vervolgd kunnen worden. Waar ze nu zijn en wat ze doen, is onbekend.

STER reclame