Monzer Darwish

In een klein, zwart geschilderd zaaltje in Aleppo zijn zo'n 150 mensen samen. Ze dragen donkere kleding en headbangen op ruige gitaren. Live under siege heet het concert: 'live belegerd', maar ook 'leven onder belegering'. Buiten is de burgeroorlog in Syrië in volle gang.

Het concert is een scène in de documentaire Syrian Metal is War. Filmmaker Monzer Darwish, gevlucht uit Syrië en inmiddels terechtgekomen in Noord-Holland, volgde in 2013 en 2014 mensen uit de Syrische metal-scene. Met gevaar voor eigen leven organiseerden zij concerten tijdens bombardementen en reisden ze langs routes vol sluipschutters en milities.

We spraken Darwish over zijn film, zijn eigen vlucht en zijn liefde voor metal:

Monzer overleefde de oorlog in Syrië 'dankzij metal'

"Ik wil dat de metalheads niet vergeten worden", vertelt Darwish. "Dat ze niet verdwijnen in het oorlogsgeweld." Zelf is hij ook muzikant. Een van de leden van zijn band kwam om bij een bombardement.

"We vreesden vaak voor ons leven", zegt ook de Syrische metalgitarist Khodor Nashar. Bij een tour van zijn band Maysaloon in 2017 en 2018 merkte hij hoe gevaarlijk het was een concert te organiseren. "Tijdens een soundcheck in Damascus moesten we stoppen met spelen om te horen of een geluid van onze drummer, of van een mortiergranaat kwam", vertelt hij aan de telefoon vanuit Libanon. Hij wacht daar op een verblijfsvergunning.

Gitarist Khodor Nashar tijdens een concert Monzer Darwish

Al voor de burgeroorlog hadden metalheads in Syrië het niet makkelijk, vertelt Nashar: "Met lang haar en een zwart shirt was je al snel de klos. De politie hield ons in de gaten en soms werden er na optredens mensen opgepakt." Zelfs mensen in zijn eigen omgeving begrepen zijn levensstijl niet, zegt de muzikant. "Slachten jullie ritueel katten, vroegen mensen vaak, of aanbidden jullie de duivel?"

In de oorlog werd het anders. Metalheads kregen niet meer te maken met de dreiging van de politie, maar wel met die van oorlogsgeweld. "Tijdens een concert vreesden we niet alleen voor bombardementen, maar ook voor zelfmoordterroristen", vertelt documentairemaker Monzer Darwish. Elke bijeenkomst was een doelwit voor IS-strijders, zeker als er muziek werd gespeeld. "Toch waren vaak wel 100, 150 mensen bij elkaar. Metal was het laatste beetje plezier voor hen. Ze waren letterlijk bereid te sterven voor de muziek."

Die dreiging is ook te horen in de muziek van Syrische bands, weet Lina Khatib. Zij organiseerde vorige week in Londen het eerste World Metal Congress. "Black Sabbath komt bijvoorbeeld uit het industriële Birmingham en klinkt vrij duister, terwijl Van Halen uit het zonnige Los Angeles vrolijker klinkt. Dat is ook zo bij de Syrische bands midden in de oorlog." Volgens Khatib zijn vooral zwaardere genres als thrash- en deathmetal daar het populairst. "Het is een manier van omgaan met autoriteiten, problemen en de oorlog."

Ondanks de passie van fans heeft de Syrische metal-scene het flink te verduren gehad. Veel bands zijn elkaar uit het oog verloren in de vluchtelingenstroom. Ook die van gitarist Khodor Nashar: "Onze bassist zit nog steeds in Syrië, de drummer zit in Oostenrijk en ik zit in Libanon." Ondanks de afstand is de groep nog wel actief, vertelt hij: "Via WhatsApp sturen we stukjes muziek naar elkaar. Onze drummer probeert er dan een nummer van te maken. Maar het gaat heel moeilijk."

Nieuwe muziek

Documentairemaker Monzer Darwish speelt in Nederland nog gitaar, al is het minder vaak dan vroeger. "Eerst een huis in Nederland vinden, nu een baan. Het is moeilijk om nu veel met muziek bezig te zijn", vertelt hij.

Zijn hoop ligt vooral bij de metalheads in Syrië zelf, die hij met zijn film meer onder de aandacht wil brengen. "Ze brengen nog steeds nieuwe muziek uit, ondanks alles." Darwish volgt de bands op de voet: muziek die in Syrië verschijnt, beluistert hij in Nederland. "Ik kan niet zonder", zegt hij. "Zonder die muziek was ik de oorlog nooit doorgekomen."

STER reclame