Olympia van Manet (nu even Laure) Musée d’Orsay
NOS Nieuws Cultuur & Media

Zwarte modellen krijgen hun naam terug in Musée d'Orsay

Olympia van Édouard Manet veroorzaakte een rel bij de presentatie in 1863. Critici spraken schande van de gesuggereerde seksualiteit en onomwonden blik van de geschilderde vrouw. Waar niemand het over had, was de tweede vrouw op het werk, het zwarte dienstmeisje. Zwarte personen werden stelselmatig genegeerd in de kunstgeschiedenis,

Het Musée d'Orsay in Parijs brengt daar verandering in. Voor de tentoonstelling Het zwarte model, van Géricault tot Matisse krijgen naamloze zwarte figuren uit de kunst hun identiteit terug. Gedurende de tentoonstelling heet Olympia daarom Laure, naar het model dat geregeld voor Manet poseerde.

"Het is symbolisch", zegt Denise Murrell, die onderzoek deed voor de tentoonstelling. "Ze werden uit de kunstgeschiedenis gelaten. Het werden raciale types in plaats van individuen."

Als voorbeeld noemt ze Portret van Madeleine van Marie-Guillemine Benoist uit het Louvre, in 1800 gepresenteerd als Portret van een negerin. Dat werd later al Portret van een zwarte vrouw, maar nog steeds was er geen aandacht voor wie de afgebeelde vrouw nu was. Het blijkt nu een vrijgemaakte slaaf uit Guadeloupe te zijn, die destijds in dienst was van de zwager van de kunstenares.

Madeleine heet nu even niet Portret van een zwarte vrouw Musée du Louvre

Het museum toont dat dergelijke voorbeelden telkens weer opduiken in de kunst. Paul Cézanne schilderde De neger Scipion, nu Het model Scipion gedoopt. Aan Delacoix' Studie van een halfbloed kan nu de naam Aspasie worden verbonden. Matisse' La Petite Mulâtresse mag nu Portret van Fatmah heten.

"De titels van de werken horen bij hun geschiedenis. Vaak gaat het om raciale termen uit die tijd, zoals "neger", "mulat" of "halfbloed", die nu niet meer gangbaar zijn en niks zeggen over de identiteit van de modellen", legt het museum uit. "Na nieuw onderzoek presenteren we sommige werken met de naam van het model. De oude titel wordt soms vermeld vanwege de historische waarde."

Onder de modellen die hun naam terugkrijgen is Joseph, een van de favoriete modellen van Théodore Géricault. Op diens roemruchte Het vlot van de Medusa was voor hem zelfs een heldenrol weggelegd: hij stond model voor de schipbreukeling die een schip signaleert. Toch bleef ook zijn naam onbekend bij het grote publiek.

De tentoonstelling haalt ook de invloed aan die de Haïtiaanse Jeanne Duval had: ze inspireerde Charles Baudelaire bij het schrijven van Les Fleurs du mal. Op het schilderij dat Manet van haar maakte, noemde hij haar enkel maîtresse van de schrijver, of Vrouw met waaier. Voor het museum heet het nu Jeanne Duval.

Murrell noemt dat niet meer dan logisch. "Als ze Europees was geweest, hadden we ook haar eigen naam gebruikt."

STER reclame