Stakers demonstreren op de Dam tijdens de landelijke actiedag ANP

Pensioenleeftijd bevriezen op 66 jaar kost vele miljarden

time icon

Wie gisterochtend met de trein moest reizen, heeft het vast gemerkt: er werd 66 minuten gestaakt in het openbaar vervoer. De NS-medewerkers willen namelijk met 66 jaar met pensioen.

En zij zijn niet de enigen. Ook politieagenten, brandweerlieden, defensie- en ambulancepersoneel willen op hun 66e stoppen met werken. De bonden willen onder meer dat de AOW-leeftijd wordt bevroren op 66 jaar. Maar hoe realistisch is dat? En hoeveel zou het ons kosten?

"De pensioenleeftijd bevriezen op 66 jaar is op de lange termijn een hele dure maatregel", vertelt een onderzoeker van het Centraal Planbureau, die dit eerder onderzocht. "Bij ongewijzigd beleid is de AOW-leeftijd in 2060 71 jaar. Stel je voor dat je die stijging niet doorvoert, dan komen er dus vijf jaren aan pensioenkosten bij." De kosten voor die vijf jaren zouden deels betaald worden door de overheid en deels door werkgevers en werknemers.

Kosten voor werkgevers en werknemers

"Op dit moment hebben Nederlanders gemiddeld twintig jaar pensioen", ligt de onderzoeker van het CPB toe. "Daar komt een kwart bij en dus moeten de pensioenpremies - betaald door werkgevers en werknemers - ook met een kwart omhoog."

Grofweg kosten die premies nu 40 miljard euro per jaar. Tot 2060 zou dat bedrag bij een bevriezing van de AOW-leeftijd oplopen met zo'n 10 miljard euro per jaar.

Kosten voor de overheid

Ook lopen de kosten voor de overheid flink op door extra AOW-uitgaven en minder belastinginkomsten als gevolg van de vergrijzing. "Die kosten lopen op van 2 miljard euro in 2021 tot 12 miljard euro in 2060."

Als je de extra kosten van de overheid, werknemers en werkgevers bij elkaar optelt, kost een bevriezing van de AOW-leeftijd ons 22 miljard euro per jaar extra in 2060. Ter vergelijking: dat is meer dan wat de overheid dit jaar heeft begroot voor de ministeries van Defensie en Justitie en Veiligheid samen (21,1 miljard euro).

Sinds 1 januari 2019 is de AOW-leeftijd 66 jaar en 4 maanden. In 2020 stijgt die naar 66 jaar en 8 maanden en in 2021 naar 67 jaar. In 2022 wordt dat 67 jaar en 3 maanden en in 2023 en 2024 blijft die hetzelfde. Of de pensioenleeftijd daarna verder stijgt, hangt af van hoe de levensverwachting zich ontwikkelt.

Het kabinet ziet niets in een bevriezing van de pensioenleeftijd. Wel heeft de regering eerder laten weten ervoor open te staan om de AOW-leeftijd minder hard te laten meestijgen met de levensverwachting. Ook in dat geval komen er extra kosten bij kijken, al zullen die wel minder hoog zijn. Die kosten zullen betaald moeten worden door werkgevers en werkenden, via belastingen en premies.

STER Reclame