50 jaar minimumloon: van 612 gulden naar 1616 euro

Hollandse Hoogte | Luuk van der Lee

Op de kop af 50 jaar geleden werd in ons land het wettelijk minimumloon geïntroduceerd. Het eerste minimumloon in februari 1969 bedroeg per maand 611,70 gulden (omgerekend 277,58 euro). Dat loon ligt nu, in 2019, op 1615,80 euro bruto.

Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) heeft een halve eeuw minimumloon op een rij gezet. Momenteel krijgt 6 procent van de werknemers het. Dat zijn ongeveer 508.000 banen. Ter vergelijking: in 1974 lag het aantal minimumloon-banen op ongeveer 10 procent, al kun je dat niet een-op-een met elkaar vergelijken. "Omdat er toen toch op een iets andere manier werd gemeten", zegt hoofdeconoom Peter Hein van Mulligen van het CBS.

Het fenomeen komt het meest voor in sectoren als verhuur en zakelijke diensten: zo'n 14 procent. Het gaat dan vooral om uitzendkrachten. Maar ook in de horeca zijn er met 10 procent relatief veel banen op het niveau van het minimumloon.

Bedrijfstakken waar weinig van dit soort banen voorkomen zijn de olie- en gaswinning en de energievoorziening. Ook in de industrie, de bouw en het onderwijs werken minder mensen tegen het minimumloon dan gemiddeld.

Het minimumloon diende in eerste instantie om inkomensbescherming te geven bij werkloosheid. In een advies van de Sociaal-Economische Raad staat te lezen dat een minimumloon erop gericht is "de lagere inkomensgroepen bij werkloosheid te behoeden voor een onaanvaardbare terugval in inkomen". Het minimumdagloon moest een minimum inkomen garanderen voor mensen die hun baan kwijtraakten.

Hoe lang iemand moet werken voor het minimumloon, verschilt per sector en de cao-afspraken. Daarin staat wat een volledige werkweek is. Meestal is dat 36, 38 of 40 uur. In supermarkten bijvoorbeeld is een volledige werkweek 40 uur.

Verdeeld naar leeftijd ziet het CBS dat er onder 30-plussers minder minimumloners voorkomen, namelijk minder dan 5 procent. Onder de jongeren van 20 tot 25 jaar krijgt iets minder dan 20 procent het minimumloon. Onder jongeren van 15 tot 20 jaar is dat 15 procent.

Als gekeken wordt naar nationaliteit van de werknemers, krijgen mensen met de Nederlandse nationaliteit het minst vaak minimumloon (5,7 procent). Bij werknemers met een niet-Nederlandse achtergrond ligt het percentage beduidend hoger: 25 procent. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om uitzendkrachten uit Oost-Europa die in de kassen werken.

Bulgarije hekkensluiter

In Luxemburg is het minimumloon met ongeveer 2000 euro per maand het hoogst, blijkt uit een vergelijking uit 2018. Op plek twee volgt Ierland, met Nederland daar kort achter.

Roemeni├ź en Litouwen bungelen onderaan dit lijstje met een minimumloon van ongeveer 400 euro. Bulgarije is de hekkensluiter met ruim 200 euro.

Minimumloon in EU

STER Reclame