NOS Nieuws Binnenland Aangepast

Nederland heeft antibioticaresistentie onder controle

NOS/Jeroen van Eijndhoven

Resistente bacteriën vormen wereldwijd een steeds groter probleem, maar Nederland heeft zijn zaakjes wat dat betreft goed onder controle. Als mensen hier infecties oplopen door resistente bacteriën is het sterftecijfer niet hoger dan bij infecties die nog wel te bestrijden zijn met antibiotica. Dat blijkt uit onderzoek waarop medisch microbioloog Wouter Rottier van het UMC Utrecht vandaag promoveert.

Samen met de Scandinavische landen heeft Nederland al jaren een voorbeeldfunctie voor beleid op het gebied van antibioticagebruik en antibioticaresistentie. Er worden in ons land verhoudingsgewijs weinig antibiotica voorgeschreven door artsen. Recht evenredig daaraan is de omvang van de antibioticaresistentie hier ook relatief beperkt.

Bij veel gebruik van antibiotica kunnen bacteriën er namelijk ongevoelig, resistent voor worden. Dat leidt ertoe dat de antibiotica niet meer werken.

Snelle diagnose

In Nederland gaat dat goed, omdat de vormen van antibioticaresistentie echt anders zijn dan in andere delen van de wereld, zegt microbioloog Rottier. "Voor die vormen hebben we nog altijd goede antibiotica voorhanden. Bovendien zorgen de microbiologische laboratoria in Nederland voor een snelle diagnose en krijgen mensen die een infectie hebben met een resistente bacterie heel snel de juiste antibiotica."

Dat is anders in andere landen, zegt Rottier. "Daar spelen hele andere vormen van antibioticaresistentie waarvoor niet altijd meer hele goede antibiotica beschikbaar zijn. Landen met lage en middeninkomens, waar antibioticaresistentie heel veel voorkomt, hebben vaak ook niet de diagnostische faciliteiten. Dat is een heel andere situatie dan bij ons."

Strikt beleid

Om te voorkomen dat antibioticaresistentie in Nederland een groter probleem wordt, wordt een heel strikt beleid gevoerd. Patiënten die naar Nederlandse ziekenhuizen komen, worden daar vóór opname ondervraagd over eventuele bezoeken aan buitenlandse zorginstellingen. Als die er geweest zijn, worden die patiënten in eerste instantie in isolatie opgenomen, tot blijkt dat ze geen resistente bacteriën of vervelende virussen bij zich hebben. Hetzelfde geldt bijvoorbeeld voor varkens- en kippenboeren en hun familieleden.

Patiënten met een infectie door een resistente bacterie liggen wel langer in het ziekenhuis, omdat er gezocht moet worden naar het juiste antibioticum voor hun behandeling. Dat lukt in Nederlandse ziekenhuizen in de meeste gevallen relatief snel, omdat er naar verhouding veel medisch microbiologen en infectiologen zijn.

Waakzaam blijven

Overigens wordt maar een kleine minderheid van het aantal infecties dat optreedt veroorzaakt door resistente bacteriën, mede omdat het in Nederland dus goed lukt om de verspreiding van zulke bacteriën beperkt te houden. Toch is het volgens Rottier van belang om waakzaam te blijven. "Want de ernstiger vormen van antibioticaresistentie die nu in andere landen voorkomen, kunnen ook naar Nederland komen."

Wel duurt het bij infecties door resistente bacteriën langer voor de juiste antibiotica ingezet worden. Het kost een paar dagen vóór via een bacteriële kweek kan worden vastgesteld welke bacterie een infectie veroorzaakt en of die bacterie wel of niet gevoelig is voor de werking van bepaalde antibiotica. Pas dan kan het juiste antibioticum ingezet worden om die specifieke infectie te bestrijden.

Maar als een patiënt met een ernstige infectie bij een arts komt zal die meteen beginnen te behandelen met een middel dat hij kiest op basis van het ziektebeeld en zijn ervaring, het zogeheten empirisch behandelen.

Reservemiddelen

Vaak kiezen artsen dan voor zogeheten breedspectrum antibiotica die veel ziekteverwekkende bacteriën bestrijden, maar ook veel nuttige bacteriën doden en vaak ook meer bijwerkingen hebben. Bovendien dragen ze meer bij aan het ontstaan van antibioticaresistentie dan smalspectrum antibiotica, die heel gericht werken tegen één bepaalde categorie ziekteverwekkers.

Bij empirisch behandelen worden ook vaker dan nodig reservemiddelen ingezet, in veel gevallen zogenoemde carbepenem-antibiotica. Rottier wil dat artsen meer factoren meewegen om te bepalen welk antibioticum een patiënt met een ernstige infectie moet krijgen. Dat zou volgens hem het aantal keren dat ten onrechte een reservemiddel wordt ingezet terugdringen.

STER reclame