Intimidatie in de zorg: van geschreeuw en vieze praat tot het knijpen in borsten

Seksuele intimidatie ANP
Geschreven door
Joukje Beiboer

Intimidatie in de zorg is een hardnekkig probleem. Brancheorganisaties zeggen er al jaren wat aan te doen, maar toch krijgt nog steeds meer dan de helft van de maatschappelijk werkers en verpleegkundigen te maken met intimidatie door klanten of patiënten.

"Ik vind het verschrikkelijk om te horen, maar ik ben er niet door verrast", zegt Gerda Arends. Ze is vertrouwenspersoon voor verpleegkundigen en ziekenhuismedewerkers in Noord-Holland en heeft al veel vervelende verhalen van de werkvloer gehoord.

"Cliënten die 'tadaa!' roepen en dan volledig naakt voor iemand staan. Zo van 'ik wil wel wat met je'. Of iemand die de deur op slot draait zodat de wijkverpleegkundige niet naar buiten kan."

Knijpen in borsten

De ongewenste situaties op de werkvloer lopen erg uiteen. "Geschreeuw omdat we volgens cliënten een paar minuten te laat zijn, komt het vaakst voor", vertelt een wijkverpleegkundige uit Noordoost-Friesland die graag anoniem wil blijven.

Maar ook "vieze praat" krijgen wijkverplegers vaak te horen. "Vooral de jonge dames." Als voorbeeld haalt ze een situatie aan waarbij een hondje de schoen likt. "Gisteren heeft hij nog wat anders bij mij gelikt", had de cliënt gezegd.

Vertrouwenspersoon Arends vindt dat soort gedrag ontoelaatbaar, maar ziet ook dat zorgverleners gewoon hun werk blijven doen. "Ik werd in mijn borsten geknepen", had iemand tegen haar gezegd. "De volgende keer ben ik wat verder weg gaan staan. Dan kon hij er niet bij."

Cijfers

Uit onderzoek van het CBS in samenwerking met TNO blijkt dat de helft van de maatschappelijk werkers (54 procent) en verpleegkundigen (51 procent) wordt geïntimideerd. En ruim een op de drie verpleegkundigen is weleens slachtoffer van ongewenste seksuele aandacht geweest. Bij geen andere beroepsgroep komt dat zo vaak voor.

Ongewenst gedrag door klanten of cliënten in zorg- en welzijnsberoepen

Verliefd op hulpverlener

Soms nemen zorgverleners het zelfs op voor de situatie van hun cliënten, legt Arends uit. Dat was bijvoorbeeld zo bij Anne. "Ik neem het hem niet kwalijk", zegt ze achteraf over een verliefde cliënt die haar wilde knuffelen. "Hij is autistisch en uit zich heel extreem."

Het betreft iemand die ze een tijdje terug als woonbegeleider hielp. Hij had een oogje op haar. "Dat merkte ik wel", zegt Anne. "Hij wilde me bijvoorbeeld met Valentijnsdag graag wat geven." Maar ze probeerde dat zo veel mogelijk te negeren.

Toen Anne op vakantie zou gaan, wilde de cliënt graag afscheid nemen. "Hij wilde me knuffelen maar dat wilde ik niet, dus ik duwde hem weg. Maar ik kon geen kant op. Ik stond letterlijk met mijn rug tegen de muur." De man werd boos en de situatie liep uit de hand. "Hij sprong op me, ik was doodsbang voor hem." Uiteindelijk zag een collega het. Die greep in.

Wat doe je eraan?

"De problematiek zit vaak ook in iemands hoofd", vindt ook de wijkverpleegkundige. "Dat maakt het lastig er wat aan te doen. Het kan toch ook niet zo zijn dat iemand met een psychologische ziekte geen hulp meer kan ontvangen?"

Brancheorganisaties zeggen tegen de NOS dat ze meerdere keren bewustwordingscampagnes hebben gevoerd en met het Rijk samenwerken aan betere regelgeving.

"Sinds een paar jaar kunnen mensen bijvoorbeeld anoniem aangifte doen", zegt een woordvoerder van de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen. Dat moet ervoor zorgen dat verplegers aangifte durven te doen en er echt opgetreden wordt tegen de daders van ongewenst gedrag. Ook geven veel ziekenhuizen trainingen aan het personeel.

Actiz verwijst naar de website duidelijkoveragressie.nl. Daar kunnen bedrijven die te maken hebben met ouderenzorg en wijkverpleegkundigen, tips vinden over hoe ze moeten omgaan met intimidatie op de werkvloer.

Volgens Arends moet er binnen organisaties veel meer structureel over gepraat worden. "Wat mij betreft zou het op ieder werkoverleg een vast agendapunt moeten zijn. Dit is eigenlijk belangrijker dan of de oogdruppels wel gegeven zijn en of het verband er nog is. Dit gaat om het welbevinden van de zorgverlener."

STER Reclame