Wel of niet reanimeren? 'Wie mag voor u spreken als u het niet meer kunt?'

ANP

Artsen, de ouderenbond ANBO en de Patiëntenfederatie Nederland zien graag dat meer ouderen in Nederland in een eerder stadium vastleggen of ze in geval van een hartstilstand gereanimeerd willen worden.

Nu komt het geregeld voor dat ouderen bij spoedopname in het ziekenhuis of vlak voor een risicovolle operatie nog de vraag krijgen. "Slechte timing", vindt Brenda Ott, huisarts in Zeist. "Iedereen is gestrest als hij op de spoedeisende hulp komt. Bij oudere mensen komt daar nog bij dat ze sneller in de war kunnen zijn. Van mensen hoor ik dan terug dat er wordt gedacht dat als ze 'nee' zeggen tegen reanimatie, dat ook betekent dat ze niet behandeld worden."

Als de patiënt zelf niet meer aanspreekbaar is, moeten dierbaren vaak beslissen. Dat is niet fijn, dus zo'n gesprek kun je beter van tevoren houden, zegt Ott.

Verslaggever Hasan Coskun vroeg op straat naar de mening van mensen:

Deze browser wordt niet ondersteund voor het spelen van video. Update uw browser naar Internet Explorer 10 of hoger om video af te kunnen spelen.

'Ik schrok van vraag of mijn man gereanimeerd moest worden'

Ott pleit ervoor dat alle huisartsen een gesprek over de reanimatiewens gaan voeren met kwetsbare ouderen. "De huisarts is in een goede positie om zo'n gesprek te voeren. Die kent een patiënt vaak al langer. Hij of zij kent bijvoorbeeld de geschiedenis van de patiënt, en wat diegene belangrijk vindt. De huisarts komt ook bij de mensen thuis, dat is een goede plek om zo'n gesprek te voeren."

De huisarts kan het gesprek ook bij herhaling voeren, bijvoorbeeld na een nieuwe ziekenhuisopname, zegt ze.

Kleine kans op overleven

Ouderen hebben een kleine kans om een reanimatie te overleven. Voor 70-plussers is dat zo'n 8 procent, voor 80-plussers 6 procent. Aandoeningen kunnen de kans op overleven nog verder doen afnemen. Overleven betekent overigens lang niet altijd dat je op dezelfde voet kunt verder leven; bij de 70-plussers die een reanimatie overleven kampt de helft nadien met ernstige neurologische schade.

Ott voert zelf al enige tijd gesprekken met ouderen. Ze legt uit hoe ze het gesprek meestal laat verlopen: "Je vraagt niet op de man af: wilt u nog gereanimeerd worden? Het is altijd een ingepakt gesprek. Ik vertel altijd wat reanimeren inhoudt. Wat de kansen zijn. Daarna kunnen we dan vragen: hebt u weleens nagedacht over uw reanimatiewens? Dan laat ik ze een beslissing nemen. Ik probeer ook altijd te stimuleren om het gesprek aan te gaan met partner en kinderen."

Ze erkent dat de reanimatiewens vaak een lastig onderwerp is om over te praten, laat staan om over te beslissen. "Ik vraag ook weleens: wie mag er voor u spreken als u het niet meer kunt? Dan zeggen ze bijvoorbeeld de kinderen. Ik vraag dan vervolgens: hebt u het weleens met ze besproken? Zo leg ik het bij mensen in de week."

Ott laat de reanimatiewens na gesprek altijd vastleggen in een document. Dat wordt ondertekend en de patiënt krijgt een kopie mee naar huis. Ze kunnen het dan laten zien aan de kinderen of bij ziekenhuisopname. Ze heeft nog nooit meegemaakt dat mensen hun wens weer willen veranderen, al kan dat natuurlijk altijd.

Niet-reanimerenpenning

Bij een hartstilstand moet onmiddellijk worden ingegrepen. Het kan dan gebeuren dat iemand de wilsverklaring niet bij zich heeft of de persoon niet meer aanspreekbaar is. In zo'n geval wordt er dus soms tegen de wil in begonnen met reanimatie. Voor die gevallen raadt Ott de niet-reanimerenpenning aan. Een hanger voor om de nek die hulpverleners op de wens moet wijzen.

STER Reclame