Minister Bruins opent nieuw lab apotheker om dure medicijnen te maken

Aangepast
Arwin Ramcharan in de nieuwe bereidingsruimte NOS / Mattijs van de Wiel
Geschreven door
Rinke van den Brink
Redacteur gezondheidszorg

De Haagse apotheker Paul Lebbink opent vandaag een nieuwe, ultramoderne bereidingsruimte boven zijn apotheek. In het lab gaat hij dure geneesmiddelen maken waarvoor de farmaceutische industrie heel hoge prijzen vraagt. Lebbink gaat die middelen voor lagere prijzen maken voor zijn eigen patiënten. Die zogeheten magistrale bereiding wordt nog maar in een beperkt aantal apotheken en ziekenhuisapotheken gedaan.

Minister Bruins voor Medische Zorg verricht de openingshandeling. Bruins profileert zich de laatste tijd nadrukkelijk in het debat over dure geneesmiddelen en weesgeneesmiddelen. Hij wil dat vaker dan nu het geval is medicijnen in ziekenhuisapotheken of openbare apotheken worden gemaakt in plaats van dat door de farmaceutische industrie geleverde producten ingekocht worden.

Minister Bruins temidden van de apotheekmedewerkers NOS/Kysia Hekster

Bruins wil apotheker Lebbink een steuntje in de rug geven. "Lebbink doet zo ongelofelijk veel aan patiëntenzorg", zegt Bruins. "En het gaat natuurlijk ook om goede medicijnen voor een goede prijs."

Deze aanpak kan ook voor sommige andere medicijnen een oplossing zijn, zegt de minister. "Je wilt altijd dat farmaceuten nieuwe medicijnen op de markt brengen. Die initiatieven zijn nodig. Maar ik blijf strijden tegen die hele hoge medicijnprijzen. Daar zal ik farmaceuten op blijven aanspreken."

Het eerste dure medicijn dat Lebbink en zijn collega Arwin Ramcharan willen namaken is Orkambi, een middel tegen taaislijmziekte. Fabrikant Vertex bood het middel aan voor 170.000 euro per patiënt per jaar. Na geheime onderhandelingen is het door de vorige minister van VWS Edith Schippers in de basisverzekering opgenomen. De prijs van het middel is onbekend. Wel is duidelijk dat Vertex er uiteindelijk flink minder voor krijgt dan de aanvankelijke prijs.

Veel lagere prijs

Destijds kondigde Paul Lebbink al aan dat hij Orkambi voor een veel lagere prijs kon maken. Lebbink ging er toen - en nu nog - van uit dat hij dat kan doen voor alle ongeveer 800 Nederlandse patiënten die ervoor in aanmerking komen. Tot voor kort waren Lebbink en Ramcharan er niet in geslaagd de grondstoffen te bemachtigen, mogelijk doordat fabrikant Vertex een exclusiviteitsbeding had afgesloten met grondstoffenleveranciers.

Dat probleem is opgelost. De Haagse apotheek heeft de grondstof voor Orkambi in huis. "Die gaan we nu heel zorgvuldig analyseren om te kijken of de zuiverheid ervan voldoende is. We willen niet nat gaan op onzuiverheid in onze grondstof." Bovendien verandert in februari de Europese octrooiwetgeving, vertelt Lebbink. "Daar wachten we ook even op."

In Nederland zijn volgens apothekersorganisatie KNMP zo'n 300 apotheken die nog magistraal medicijnen bereiden. Van de ongeveer 2000 openbare apotheken in Nederland maken er zo'n 250 nog zelf medicijnen. Meestal gaat het daarbij om relatief makkelijk te maken middelen, omdat de bereidingsruimtes van de apotheken vaak tamelijk eenvoudig zijn.

Daarnaast zijn er 27 ziekenhuisapotheken waar medicijnen magistraal worden bereid. Ongeveer de helft van die apotheken mag ook middelen maken voor patiënten in andere ziekenhuizen. Ten slotte zijn er zo'n tien grootbereiders, een soort industriële apotheken, waar geneesmiddelen gemaakt worden.

In de tussentijd kan er volgens Lebbink mooi een ander probleem worden opgelost. "In de wet staat dat magistrale bereiding van geneesmiddelen is toegestaan op kleine schaal en voor eigen patiënten. We zijn nu in een werkgroep bezig uit te werken wat 'kleine schaal' is." Over een paar weken komt er een Kamerbrief van minister Bruins waarin dat begrip wordt uitgewerkt. "Dat kan in het vervolg juridisch nog heel belangrijk worden."

Als de 800 patiënten hun medicijn één keer per kwartaal in de Haagse apotheek zouden komen halen, dan komt dat neer op bijna tien patiënten per dag. Komen ze elke maand dan zijn het er bijna dertig per dag. "Ik lever nu dagelijks honderd flesjes medicinale wietolie af aan patiënten. Ik kan dat nog steeds bereiden op kleine schaal", zegt Lebbink. "Maar in die werkgroep ben ik wel eens weggelachen om dat voorbeeld."

Reactie farmaceutische industrie

Voorzitter Gerard Schouw van de Vereniging Innovatieve Geneesmiddelen erkent dat magistrale bereiding van geneesmiddelen heel goed kan zijn, omdat het maatwerk is voor patiënten. "Mits het kleinschalig en voor eigen patiënten gebeurt", zegt Schouw. Dat lijkt hier niet het geval. En daar kleven volgens hem "levensgrote risico's" aan wat betreft de veiligheid. "Hoe garandeert de minister dat die geneesmiddelen veilig zijn?" Schouw roept de minister op om niet met de ruggen naar elkaar te gaan staan en over en weer verwijten te maken, maar samen naar manieren te zoeken om "medicijnen duurzaam betaalbaar te houden". Hij noemt ook twee mogelijke manieren daarvoor: "Kijken of de minister en de industrie gezamenlijk kunnen investeren in de ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen. Dan draag je samen het risico. Dat leidt tot lagere prijzen. Een tweede optie is een no-cure-no-paymodel. Werkt een middel niet bij een patiënt, dan hoef je er niet voor te betalen."

STER Reclame