ANP

Op de Veluwe wonen tussen de 6000 en 9000 mensen op een vakantiepark. Minister Ollongren schrijft dat aan de Tweede Kamer.

Binnenlandse Zaken heeft onderzoek laten doen om meer inzicht te krijgen in de aard en omvang van de bewoning van vakantieparken. Bij de keuze voor een recreatiewoning spelen toegankelijkheid en betaalbaarheid vaak een rol, maar ook persoonlijke wensen en omstandigheden: 'gewone' huizen zijn vaak te duur of beperkt voorradig of ze passen niet bij een bepaalde leefstijl.

Volgens de onderzoekers zijn de bewoners grofweg te onderscheiden in vijf groepen: mensen die een bewuste keuze maken voor een vakantiepark, 'spoedzoekers' (zoals mensen die gaan scheiden), arbeidsmigranten, groepen die niet meer in aanmerking willen komen voor een gewoon huis en mensen die liever onder de radar willen blijven.

Plaatselijke afweging

Ollongren vindt het een plaatselijke afweging wat de beste manier is om met de vakantieparken om te gaan. Of een vakantiehuis permanent mag worden bewoond, wordt door de gemeente vastgesteld.

De minister zelf heeft een genuanceerd oordeel. Onder randvoorwaarden als goed inzicht van de gemeente in het park, een goede kwaliteit van de huizen en een heldere rechtspositie kan bewoning van vakantieparken voor bepaalde groepen een kans bieden, vindt ze. En inzicht in parken en bewoners is volgens Ollongren ook de basis om excessen aan te pakken.

De minister benadrukt dat dit onderzoek alleen over de Veluwe gaat en dat de problemen per regio en zelfs per park kunnen verschillen. Maar volgens haar kunnen wel gemeenten in heel Nederland met de resultaten hun voordeel doen.

STER reclame