Onderhandelaars eens over politieke verklaring bij brexit-akkoord

Premier May en voorzitter van de Europese Commissie Juncker EPA

In Brussel zijn onderhandelaars van de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk het eens geworden over een concepttekst voor de zogenoemde politieke verklaring bij het brexit-akkoord. In die verklaring spreken de partijen uit hoe ze hun relatie na het vertrek van de Britten uit de EU willen vormgeven. Dit document komt boven op het bijna 600 pagina's tellende 'scheidingsverdrag', dat vorige week tot stand kwam en leidde tot veel politiek tumult in Londen.

In de tekst gaat het nu over "een zo nauw mogelijke handelsrelatie". Dat gaat minder ver dan de Britten wilden, die hadden ingezet op "vrijwel frictieloze" handelsbetrekkingen. Maar dat zou tegen het zere been van de grootmachten Duitsland en Frankrijk zijn, die vinden dat Groot-Brittannië niet kan profiteren van de voordelen van de interne markt, zonder gebonden te zijn aan de verplichtingen die daar ook bij horen.

Juist dat maakt het ingewikkeld deze verklaring te formuleren: de Britten willen zo veel mogelijk bewegingsvrijheid, terwijl EU-landen juist willen voorkomen dat Londen wel de lusten, maar niet de lasten van de interne markt geniet.

Niet ver genoeg

De lidstaten moeten deze tekst nog goedkeuren en de formuleringen in het 26 pagina's tellende stuk zijn daarom omzichtig. Zo gaat het over de intentie om "het vervoer van goederen" over en weer te "faciliteren".

Wel moet er een vrijhandelszone komen waarin vergaand wordt samengewerkt op douanegebied. Dat zou ook moeten gelden voor de grens tussen Noord-Ierland, deel van het Verenigd Koninkrijk, en EU-lidstaat Ierland. Die grens is een van de grootste struikelblokken bij de brexit-onderhandelingen.

In de verklaring gaat het verder over de status van de financiële diensten (daarover moet een jaar na de brexit een evaluatie komen), het over en weer reizen van werknemers in de dienstensector en de toekomst van de visserij.

Daarover wordt niet meer gemeld dan dat de partijen hun best doen om er voor juli 2020 afspraken over te maken. EU-landen als Nederland en Frankrijk willen ook na de brexit graag kunnen vissen in de Britse wateren, terwijl Britse vissers er belang bij hebben om toegang te houden tot de Europese markt.

De kwestie-Gibraltar, die onder druk staat omdat Spanje wil dat uitdrukkelijk wordt vastgelegd dat het land een volwaardige gesprekspartner is, wordt niet in het stuk genoemd. Spanje dreigt zijn veto uit te spreken over de brexit als niet aan de eis wordt voldaan.

Met deze politieke verklaring moeten de onderhandelaars de weg vrij maken voor de speciale EU-top komende zondag, waar de regeringsleiders moeten instemmen met de voorwaarden voor de brexit.

STER Reclame