'Etnische zakenvrouw van het jaar' loopt met roze helm op de bouwplaats

Souad El Markhous kreeg de prijs in Rotterdam NOS - Aida Brands

Souad El Markhous is de etnische zakenvrouw van 2018. De Marokkaans-Nederlandse is mede-eigenaar van bouwbedrijf De Combi in Amsterdam. Ze nam in 2014 het failliete bouwbedrijf waar ze boekhouder was over omdat ze investeerders vond die in haar geloofden. Inmiddels loopt het bedrijf weer goed.

In Rotterdam werd de prijs voor etnische zakenvrouw van het jaar de afgelopen avond voor de vijftiende keer uitgereikt. Met de prijs wil de Stichting Etnische Zakenvrouwen Nederland deze vrouwen een podium geven en hen als voorbeeld stellen voor jonge vrouwen. "Mensen met een multiculturele achtergrond komen veelal negatief in het nieuws. Wij willen juist positieve voorbeelden geven", zegt voorzitter Maritza Russel.

Van schoonmaker tot mede-eigenaar

Voor Souad El Markhous was de weg naar succes niet altijd makkelijk. In Marokko was ze begonnen aan een studie economie, maar haar vader vond het niet veilig voor een meisje om op zichzelf te gaan wonen en studeren. In 1991, toen ze 19 was, kwam ze naar Nederland en ging ze bij een tante wonen.

Omdat ze geen Nederlands sprak, kon ze alleen als schoonmaker aan de slag. En zo kwam ze bij De Combi terecht. Op een dag liep ze de baas van het bedrijf tegen het lijf die zag dat ze meer in haar mars had. Hij bood haar aan om taallessen te volgen en een studie accountancy te doen.

Mensen van mijn studie dachten dat ik contactgestoord was, maar ik durfde gewoon niet naar buiten.

Souad El Markhous

Ze nam het aanbod aan, maar hield voor haar familie in Nederland verborgen dat ze aan het studeren was. Drie jaar lang studeerde ze naast haar werk, terwijl haar tante dacht dat ze alleen maar aan het schoonmaken was. El Markhous bleef altijd binnen tijdens de pauze op haar opleiding, want ze wilde niet betrapt worden door kennissen of familie. "Mensen van mijn studie dachten dat ik contactgestoord was, maar ik durfde gewoon niet naar buiten."

Uiteindelijk kwamen familieleden er toch achter en eisten ze dat ze zou gaan trouwen. Ze stemde daarmee in onder de voorwaarde dat ze zich mocht blijven doorontwikkelen. En zo kon ze binnen het bedrijf doorgroeien tot hoofd boekhouding.

Naast Souad El Markhous was voor de prijs ook de Hindoestaanse Rischma Madho genomineerd. Madho is eigenaar van drie uitvaartondernemingen en een rouwcentrum in Den Haag.

Ze richt zich in het bijzonder op multiculturele uitvaarten. Haar doel is dat iedereen met zijn eigen traditie afscheid kan nemen van een dierbare. "Ik zou het jammer vinden als over een aantal generaties iedereen gedwongen is op dezelfde manier afscheid te nemen."

In 2014 ging de werkgever van El Markhous failliet. Ze legde zich daar niet bij neer en vond zelf een investeerder die in haar geloofde. Sindsdien is ze mede-eigenaar van het bouwbedrijf. Dat is voor sommige mensen nog wel wennen. "Klanten gaan er vaak van uit dat ik een man ben, totdat ze mij met mijn roze helm en roze laarzen de bouwplaats op zien lopen. Ja, dan slikken ze wel even", zegt El Markhous.

Volgens El Markhous kan de bouw wel wat vrouwen gebruiken. "De bouwwereld is hard en vrouwen zouden die wat zachter kunnen maken." Ze wil de komende tijd in haar bedrijf dan ook extra stageplekken vrijmaken voor vrouwen die de bouw in willen.

Ze hoopt vooral andere jonge vrouwen te inspireren. "Ik blijf in de bouw, maar ik wil nu ook op een andere manier gaan bouwen aan de samenleving."

STER Reclame