Extra geld voor gemeenten met tekorten op WMO en jeugdzorg

ANP

Gemeenten met grote tekorten op de WMO en de jeugdzorg krijgen geld uit de stroppenpot van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten.

Dat heeft de VNG vandaag bekendgemaakt. Het gaat om 77 gemeenten die samen 200 miljoen ontvangen. Elf andere gemeenten hebben ook geld aangevraagd, maar hun tekort was verhoudingsgewijs niet hoog genoeg.

Het bedrag dekt niet alle gaten op de begroting bij de ontvangende gemeenten. Die hebben samen een tekort van bijna 490 miljoen.

Gemeenten helpen via de WMO kwetsbare en hulpbehoevende burgers om zo lang mogelijk zelfstandig thuis te wonen. Ook ondersteunen ze hen en om deel te nemen aan de maatschappij. Daarbij gaat het om zaken als huishoudelijke hulp, aanpassing van de woning, taxivervoer of individuele begeleiding.

Door de Jeugdwet zijn gemeenten verantwoordelijk voor (vrijwillige) jeugdhulp en voor kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering. Ook gaan zij over de begeleiding van verstandelijk gehandicapte kinderen.

Het Rijk heeft in 2015 onder meer de taken van de WMO en de jeugdhulpverlening - in jargon: het sociale domein - afgestoten naar gemeenten.

Het idee was: het is handig dat een overheid die relatief dicht bij de aanvragers staat, beslist over de toekenning en uitvoering van de hulp. Dat kan voor meer maatwerk zorgen. Tegelijkertijd werd hierop bezuinigd.

Drie jaar na dato loopt nog niet alles soepel: er zijn wachtlijsten en de VNG constateert dat veel gemeenten forse tekorten hebben bij de uitvoering van de wetten.

De gemeenten die de hoogste bijdragen uit de stroppenpot hebben gekregen, zijn Venlo en Eindhoven (beide bijna 22 miljoen euro) en Leeuwarden (bijna 21 miljoen euro).

Dit is een artikel van

STER Reclame