Dirigeerstokje van Auschwitz-orkest opgedoken

Het dirigeerstokje Auschwitz Museum

Het museum van concentratiekamp Auschwitz heeft een bijzonder object in handen gekregen: het dirigeerstokje van de eerste orkestleider van het kamp. Het 32 centimeter lange stokje van hout en ivoor symboliseert een van de bizarste verhalen uit het vernietigingskamp, waar in de Tweede Wereldoorlog 1,1 miljoen mensen werden vermoord.

Het Auschwitz-orkest werd opgericht door de eigenaar van het stokje, Franciszek Nierychlo, van wie de naam op een plaatje op de stok prijkt. De Pool was in de begindagen van het kamp als politiek gevangene vastgezet door de Duitsers en aangewezen als 'kapo', een gevangene die de andere gedetineerden in het gareel moest houden.

Omdat hij ervaring had in het orkest van de posterijen in zijn woonplaats, mocht hij een kamporkest opzetten. Het begon met zes musici, maar zou uiteindelijk uitgroeien tot zo'n honderd mensen. "Ik wilde dat de gevangenen konden genieten van hun vrije tijd en de muzikanten redden van de dood", getuigde Nierychlo na de oorlog.

Het orkest van Auschwitz Auschwitz Museum

Het orkest speelde als er nieuwe treinen arriveerden, als de gevangenen terugkwamen van hun dwangarbeid en als hoge gasten het kamp bezochten. Op het repertoire stonden Duitse marsmuziek, operettes en werken van Ludwig van Beethoven en Johann Strauss.

Kampbewoners hadden tegenstrijdige gevoelens bij het orkest. Voor de een betekende de muziek een kleine ontsnapping aan de gruwelen, anderen zagen het als een nieuwe vernedering door de nazi's. Voor de muzikanten betekende het werk een kans op leven: als orkestlid ontsnapten ze aan het zwaarste werk en werden ze beter gekleed en gevoed.

Ook Nierychlo is omstreden. Hoewel hij zich inzette voor het lot van zijn muzikanten, was hij als kapo ook hardvochtig en gewelddadig. In 1944 vertrok hij uit het kamp en ging in dienst van het Duitse leger.

Gevangenisstraf

Na de oorlog werd Nierychlo tot 12 jaar cel veroordeeld wegens zijn rol in de Duitse wandaden. Na zijn straf vond hij werk als hoboïst in het Operettehuis van Lodz. Hij overleed in 1977.

Over waar het stokje in de tussentijd is gebleven en hoe het terugkeerde naar Auschwitz, heeft het museum geen details gegeven.

STER Reclame