Minister Blok: toezicht op gesteunde rebellen had strakker gemoeten

Minister Blok van Buitenlandse Zaken ANP

Het toezicht op door Nederland gesteunde rebellengroepen in Syrië had strakker gemoeten. Dat schrijft minister Blok van Buitenlandse Zaken aan de Tweede Kamer. Volgens hem was het toezicht adequaat, maar terugblikkend zou "nog strakkere monitoring op zijn plaats zijn geweest".

Begin deze maand werd duidelijk dat de Nederlandse regering een gewapende groepering in Syrië heeft gesteund die door het Openbaar Ministerie als terroristisch is bestempeld. Het gaat om de rebellenbeweging Jabhat al-Shamiya, die van Nederland onder meer uniformen en pick-uptrucks kreeg.

Nieuwsuur en Trouw meldden gisteravond dat de regering al in 2016 op de hoogte was van misdaden die de groepering beging. Dat bleek uit een mailwisseling tussen Amnesty International en het ministerie van Buitenlandse Zaken. Ondanks deze kennis besloot de regering vorig jaar om Jabhat al-Shamiya logistieke hulpgoederen te sturen.

De Nederlandse steun hoorde bij het staatsgeheime NLA-programma, dat staat voor 'non lethal assistance'.

Altijd risico

Volgens Blok is dergelijke hulp altijd moeilijk en met risico's. "In hoeverre deze risico's opwegen tegen de potentiële winst die met dergelijke programma's behaald kan worden is een afweging die keer op keer afzonderlijk gemaakt moet worden, ook politiek", schrijft hij.

Volgens Blok worden de ervaringen met het NLA-programma gebruikt voor toekomstige hulp aan bepaalde groepen in conflictgebieden.

In de Tweede Kamer is later vandaag een hoorzitting over de steun aan Syrische strijdgroepen.

STER Reclame