WRR: laat verkleinen gezondheidsverschillen hoger- en lageropgeleiden los

ANP XTRA
Geschreven door
Bart Kamphuis
Verslaggever economie

Lageropgeleiden leven gemiddeld ongezonder dan hogeropgeleiden. En dat verschil proberen te verkleinen is volgens de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid niet reëel. Een beter uitgangspunt is kijken naar waar de meeste 'potentiële gezondheidswinst' ligt.

Nederlanders leven gemiddeld steeds langer en hebben steeds meer gezonde levensjaren. Maar ondertussen zijn de verschillen tussen sociaal-economische groepen nauwelijks afgenomen en op sommige punten zelfs toegenomen. Terwijl het beleid daar wel op gericht was, constateert de WRR.

Recept voor teleurstelling

De verschillen worden vaak gezien als onrechtvaardig, zegt de WRR. "Zij die al beter af zijn, profiteren ook nog eens meer van de verzorgingsstaat dan degenen in de laagste sociaal-economische groepen." Want hoger opgeleiden leven langer en ontvangen dus ook langer AOW en pensioen.

Kabinetten proberen al tientallen jaren de gezondheidsverschillen tussen groepen te verkleinen. Niet meer doen, zegt de WRR. Het is "een recept voor teleurstelling".

Wie is lager-, middelbaar- en hogeropgeleid?

Er is discussie over het gebruik van de termen lager- en hogeropgeleid. Sommige mensen stellen voor om praktisch en theoretisch opgeleid te gebruiken als alternatief. De WRR gebruikt in het rapport de termen lager en hoger en volgt daarbij de definities van het Centraal Bureau voor de Statistiek:

lageropgeleid: basisonderwijs, vmbo, 3 jaar havo, 3 jaar vwo, mbo-1

middelbaaropgeleid: havo, vwo, mbo-2, mbo-3, mbo-4

hogeropgeleid: hbo, universiteit

De samenstelling van de groepen verandert. Van de 75-plussers is bijna 60 procent lager opgeleid terwijl onder 25- tot 35-jarigen minder dan 15 procent lager opgeleid is. Hogeropgeleiden zijn onder hen de grootste groep. De groep lageropgeleiden zal dus kleiner worden en vergrijzen. Mogelijk is het daarom in de toekomst nog lastiger gezondheidswinst te behalen bij de groep lageropgeleiden, zo redeneert de WRR.

Neem het antirookbeleid. Mede door dit beleid daalde het aantal rokers flink, maar onder hoogopgeleiden ging dat veel harder dan onder laagopgeleiden. Sinds 1990 daalde het aandeel rokers onderlaagopgeleiden 1990 van 38 naar 28 procent en onder hogeropgeleiden van 34 naar 18 procent. Het verschil tussen hoger- en lageropgeleiden groeide dus van 4 naar 10 procentpunt.

NOS/WRR/CBS

De oorzaak van het verschil is even eenvoudig als hardnekkig. Voor lageropgeleiden is het om allerlei redenen vaak moeilijker om gezond te leven dan voor hogeropgeleiden. Ze hebben vaker te maken met armoede, schulden, stress en huiselijk geweld. En dat gaat vaak gepaard met slecht eten, roken en te veel alcohol. Lageropgeleiden leven zes jaar korter dan hogeropgeleiden en hun gezonde levensverwachting (de tijd dat je je gezond voelt) is vijftien jaar korter.

Levensverwachting naar opleidingsniveau

LagerMiddelbaarHoger
Mannen76,879,983,3
Vrouwen81,184,486,5

Geld kun je herverdelen door belasting te heffen en subsidies te verstrekken. Als je de een wat extra's wilt geven, moet dat ten koste gaan van een ander. Maar zo werkt dat niet bij gezondheid, redeneert de WRR. Daarbij kunnen alle groepen er wel tegelijk op vooruit gaan. "Het streven naar gelijke gezondheidsuitkomsten wordt problematisch als het een juk wordt", staat in het rapport Van verschil naar potentieel. "Is het uitgangspunt van gelijkheid nog wel enthousiasmerend als het leidt tot moedeloosheid en de verzuchting: 'niets werkt'?"

Leefstijlinterventies

Het wetenschappelijk adviesorgaan ziet veel meer in het benutten van gezondheidspotentieel. Potentie is hier: het aantal levensjaren laten stijgen of een daling voorkomen. Het bestrijden van alcoholmisbruik, roken en overgewicht is in dat licht prima algemeen beleid, zegt de WRR. Maar het zou veel meer moeten samengaan met gerichte acties, oftewel 'leefstijlinterventies', liefst zo vroeg mogelijk. Bij deze interventies pleit de WRR voor extra aandacht voor lager opgeleiden.

Zo zou in wijken met veel armoede flink ingezet moeten worden op psychologische en sociale begeleiding van stellen met een kinderwens en zwangere vrouwen. Al decennia is bekend dat stress, slechte voeding, roken en alcohol veel negatieve gevolgen hebben voor de aanstaande moeder en het ongeboren kind.

Door medische en sociale zorg goed met elkaar te verbinden, zou een enorme gezondheidswinst geboekt kunnen worden. "Het gebeurt wel, er zijn veel pilots. Maar het is wat versnipperd", zegt Marianne de Visser van de WRR. "Het blijft in de pilot-fase steken. De Gezondheidsraad schreef er tien jaar geleden al een heel duidelijk rapport over. Maar het is nog niet in de volle breedte ingevoerd."

Verschuivende focus preventiebeleid

Door de gekozen focus op gezondheidspotentieel in plaats van verschillen, komt de WRR uit op de volgende aandachtsgebieden:

- Preventieve maatregelen gericht op roken, problematisch alcoholgebruik en obesitas.
- Maatregelen die gericht zijn op lagere sociaal economische groepen.
- Extra aandacht voor het begin van de levensloop (van voor de zwangerschap tot 18 jaar)
- Extra onderzoek naar psychische problemen omdat die toenemen.

STER Reclame