Jonge KNIL-militairen in gevangenschap in Duitsland op hun slaapzaal NIMH

Een zelfgebouwd zweefvliegtuig, verstopt in een postzak of verkleed als officier de deur uitlopen. Militairen die tijdens de Tweede Wereldoorlog als krijgsgevangenen vastzaten in Slot Colditz deden alles om te ontsnappen. In Museum Bronbeek in Arnhem opent morgen een tentoonstelling over de relatief onbekende groep Nederlandse militairen die er vastzaten.

Na de capitulatie van Nederland werd van de ruim 14.000 beroepsmilitairen het erewoord gevraagd. Verklaarden zij niet in verzet te komen tegen de bezetter? Wie tekende, kwam op vrije voeten. Wie weigerde, werd krijgsgevangen gemaakt en belandde in het beruchte Slot Colditz.

Slechts 68 officieren en één stoker van de marine weigerden. Ook opvallend: meer dan de helft van hen waren leden van de KNIL, het koloniale leger uit Nederlands-Indië.

Luxe voor de erewoordweigeraars

De Molukse schrijver en journalist Herman Keppy dook in het verhaal en verbaasde zich dat het heldenverhaal zo onbekend is. De oudere televisiekijker kent Slot Colditz wellicht van de gelijknamige BBC-serie uit de jaren 70, maar daarin stonden alleen Britse ontsnappingen centraal. "Bovendien was het er helemaal niet zo erg als werd voorgeschoteld."

De vooraanstaande militairen werden er namelijk in de watten gelegd. "De Duitsers hadden respect voor de erewoordweigeraars. Ze zouden zelf ook niet hun loyaliteit aan het vaderland opgeven, dus ze waardeerden de Nederlanders wel", vertelt Keppy in Met het Oog op Morgen.

Slot Colditz ten zuiden van Leipzig Museum Bronbeek

Aan luxe geen gebrek in Colditz: muziekinstrumenten, sigaretten en voedsel ten overvloede. "Ze kregen van alle kanten voedselpakketten opgestuurd. Er werd zelfs een filmprojector vanuit de Verenigde Staten bezorgd in Colditz om de militairen te vermaken."

Bizar soort veiligheid

Desondanks werd aan de lopende band geprobeerd te ontsnappen. "Gemiddeld vond er iedere tien dagen één ontsnappingspoging plaats", aldus Keppy.

De opa van Andere Tijden-presentator Hans Goedkoop was één van hen. Een majoor van in de veertig, een trouwe gezagsvolger. Hij probeerde tot twee keer toe weg te komen uit het slot. "Hij groef tunnels, ontsnapte en trok te voet naar Nederland. Maar toen, op een argeloos moment, werd hij door een 'koddebeier', een agent, alsnog gearresteerd en weer teruggestuurd."

Ik denk dat de Indische soldaten wilden bewijzen dat ze echte Nederlanders waren.

Herman Keppy, samensteller expositie Katjongs in Colditz

Goedkoop vindt het opvallend dat de officieren deze pogingen zo massaal ondernamen. "Ze werden daar zo goed behandeld, er heerste een bizar soort veiligheid, maar toch hadden zij de drang om vrij te komen en te vechten voor het vaderland."

De presentator prijst de 'steile moraal'. "Je neemt de consequenties van de positie die je hebt. Dat je niet jezelf tot maatstaf van alles maakt, dat is bewonderenswaardig", vindt Goedkoop.

Trots op Oranje

De expositie in Museum Bronbeek richt zich op de vele 'katjongs', de jonge militairen uit Nederlands-Indië. Waarom waren zij zo loyaal aan Nederland? Bewijsdrang, denkt Keppy. "Ik vermoed dat ze wilden bewijzen dat ze echte Nederlanders zijn en daarom zich zo loyaal opstelden."

"Als ze hadden geweten dat zo weinig Nederlanders het erewoord weigerden, hadden ze het misschien niet gedaan", voegt hij eraan toe.

Goedkoop denkt daarnaast dat Nederlanders over het algemeen wat losser omgaan met 'Nederlander zijn' en trouw blijven aan het vaderland. "In de kolonie werd de trots op Oranje veel hoger opgestookt dan in Nederland ooit nodig was." Dat herkent Keppy: "Koninginnedag werd daar veel uitbundiger gevierd dan hier."

Uiteindelijk slaagden slechts 31 van de ongeveer 300 vluchtpogingen. Zes daarvan staan op naam van Nederlanders. De meeste erewoordweigeraars bekleedden later hoge posities in het leger.

En die ene niet-officier, de stoker van de marine? Keppy is nog altijd naar hem op zoek. "Ik weet dat hij Jan-Willem of Willem de Lange heet en uit Soerabaya komt, maar meer is er niet bekend. Dus wie meer weet, mag zich bij mij melden."

STER reclame