Belangstelling Indië-herdenking neemt toe, met of zonder de koning

Koning Willem-Alexander na het leggen van de eerste krans bij de Nationale herdenking bij het Indisch Monument in Den Haag in 2015 ANP
Geschreven door
Piet van Asseldonk
redacteur Koninklijk Huis

De Nationale Indië-herdenking komende woensdag in Den Haag is, met de Nationale Dodenherdenking op 4 mei en de Nationale Holocaustherdenking op de laatste zondag in januari, één van de drie nationale herdenkingen die ons land officieel kent.

Voor deze dag geldt, net als voor Koningsdag, Nationale Dodenherdenking en Bevrijdingsdag (4-5 mei), Veteranendag en Prinsjesdag, een uitgebreide vlaginstructie. Alle overheidsgebouwen steken dan verplicht de vlag uit. Toch is de koning maar eens in de vijf jaar aanwezig bij de Indië-herdenking. Hij was er in 2015 bij en zal er over twee jaar dus weer bij zijn. Dat is historisch zo gegroeid en het is, vanwege de vakantie van de koning, ook wel zo praktisch.

Tegelijkertijd is het illustratief voor de afstandelijkheid ten opzichte van de kolonies door de jaren heen van zowat alle Oranjevorsten. De overzeese gebiedsdelen van het Koninkrijk der Nederlanden waren lange tijd vooral wingewesten met een tweederangs status. Daar heersten vormen van racisme, uitbuiting, slavernij en discriminatie.

Pas in 1971 een staatsbezoek

Het is veelzeggend dat, hoewel het lastig reizen was in die tijd, de koningen Willem I, II en III en koningin Wilhelmina nooit 'hun' overzeese 'koninkrijksdelen' hebben bezocht. Ter plaatse werden de Oranjevorsten er als staatshoofd permanent vervangen door gouverneurs, terwijl de koning in Nederland niet eens een tijdelijke vervanger had en heeft.

Pas 22 jaar nadat het land onafhankelijk geworden was, in 1971, bracht koningin Juliana een staatsbezoek aan het Indonesië van Soeharto. Een staatsbezoek aan het al meer dan 40 jaar zelfstandige Suriname is er vanwege de staatsgreep en de decembermoorden van Desi Bouterse nog niet van gekomen.

Onder Juliana, de koningin van de dekolonisatie, verwierven Nederlands-Indië (1949), Nederlands Nieuw-Guinea (1962) en Suriname (1975) hun staatkundige onafhankelijkheid. Vooral het 'verlies' van het eilandenrijk Nederlands-Indië (50 keer zo groot als Nederland) werd beschouwd als een gevoelige politieke en economische aderlating voor ons land.

"Indië verloren, rampspoed geboren" was toen een veel gehoord leus. Dat voltrok zich ondanks Nederlands militair verzet (de zogeheten politionele acties) kort na de oorlog. Veel minder traumatisch was de verzelfstandiging van Suriname (4 keer zo groot als Nederland) dat zijn onafhankelijkheid min of meer kreeg opgedrongen.

Onafhankelijkheid Suriname 1975

Het Koninkrijk der Nederlanden bestond vanaf toen uit 'moederland' Nederland en de Nederlandse Antillen (42 keer zo klein als Nederland). In de jaren daarna kregen Aruba, Curaçao en Sint Maarten een autonome status. Zij bleven als landen binnen het koninkrijk. De eilandjes Bonaire, Sint Eustatius en Saba werden 'openbare lichamen' (een soort gemeentes overzee) van Nederland.

Sinds 2010 is de benaming Nederlandse Antillen niet meer in gebruik, maar heten de eilanden het "Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden". Als gevolg van dit dekolonisatieproces vestigden zich in de loop der tijd grote groepen Indische Nederlanders, Surinamers en Antillianen, dragers van een Nederlands paspoort, in ons land.

Meer aandacht voor lot Indische Nederlanders

Dramatisch en problematisch was na de oorlog de opvang in ons land van tienduizenden Indische Nederlanders en Molukkers. Zij hadden geleden onder de Japanse bezetting en stonden tijdens de daarop volgende koloniale oorlog tegen de Indonesische onafhankelijkheidsstrijders aan Nederlandse kant. Daarom waren ze in Indonesië niet langer gewenst. Eenmaal in Nederland vroegen en kregen zij gaandeweg meer aandacht voor hun lot. Met als uiteindelijk gevolg een, naast de ook voor hen geldende Nationale 4-5 mei-Herdenkingen en Veteranendag, eigen herdenking.

Deze Nationale Indië-herdenking is op de dag (15 augustus) waarop in 1945 ook voor Nederlands Indië, drie maanden later dan Nederland, de Tweede Wereldoorlog voorbij was. De herdenking, met of zonder koning, bij het in 1988 door koningin Beatrix onthulde Indisch Monument in Den Haag trekt elk jaar meer belangstelling.

De Indië-herdenking wordt door de NOS live op NPO1 uitgezonden.

STER Reclame