nos

In de boerderij, onder aan de dijk in Oudeschip, waar Hendrik Jan van den Berg woont is zijn vader begonnen. Die maakte begin jaren zestig een grote stap. Van landarbeider werd hij boer. Al had hij aanvankelijk maar een halve koe. De andere helft was van zijn zwager. Later werd het een aanzienlijke veestapel. Koeien, schapen: dat betekende voor dag en dauw op en keihard werken.

Hendrik Jan (1957) heeft nog een paar koeien, hij weidt ze in een veld, tegenover een akker met goudgeel graan. In de woonkamer van zijn boerderij is veel nog zoals vroeger. De kat heeft een eigen stoel, aan de muur hangen portretten van zijn ouders. Zijn moeder heeft op een van de foto's een geitje op haar schoot. "Af en toe liep er ook wel eens eentje door het huis. Moeder had een hoge sociale bloeddruk zeggen we altijd. Iedereen was hier welkom."

Industrie steeds dichterbij

Dat waren de tijden dat Oudeschip nog een dorp met winkels was en een school had. Twee lokalen voor zes klassen. De jongsten kregen les van een juf, de oudere kinderen hadden een onderwijzer. Aan meester Bolland is het te danken dat het dorp uit die naoorlogse jaren, voordat de industrie kwam, is vastgelegd. Hij filmde op hoogtijdagen als de leerlingen, zoals de meeste kinderen uit de provincie Groningen, op schoolreis gingen naar een speeltuin in Drenthe.

Dat waren de jaren dat er in de polders achter de dijk nog huizen stonden van de landarbeiders. Die zijn allang gesloopt. Oudeschip heeft de industrie steeds dichterbij zien komen.

Vanuit de woonkamer van Van den Berg kijk je op stomende fabriekspijpen. Dat ze zo schoon zijn, als gezegd wordt, daar gelooft hij niks van:

De onzekere toekomst van het dorpje Oudeschip

Van den Berg moet nog zien dat het dorp verdwijnt, bekend als hij is met de periode van recessie toen de opgespoten zandvlakten in de Eemshaven braak bleven liggen. 'Mijn tijd zal het wel duren' zegt hij. De windmolens met de lichten in de top dat noemt hij laconiek "aardige kerstverlichting" maar de turbines die binnenkort vlak bij zijn boerderij worden gebouwd, met een hoogte van tweehonderd meter, dat is toch wel even slikken.

Er is trots op de Eemshaven, maar er zijn ook zorgen over de recente snelle groei zegt burgemeester Van Beek van de gemeente Eemsmond. Onlangs werd de stemming in het dorp gepeild. Er zijn bewoners die zich in de steek gelaten voelen. Die niet weten wat ze aan moeten met de turbines in de achtertuin. Bang zijn voor de vervuiling door de industrie.

"Die nieuwe kolencentrale, dat fijnstof dat je er van krijgt, ik woon hier niet meer plezierig", zegt een bewoonster. Zij behoort tot de groep mensen voor wie de gemeente en de geraadpleegde bewoners een garantieregeling zouden willen hebben. Die geeft meer zekerheid voor de 'Schipsters' die voorlopig willen blijven. Zo'n regeling verhoogt het woongenot omdat er de zekerheid is dat mocht men weg willen vanwege het industriegebied in de achtertuin ook daadwerkelijk kan vertrekken.

NOS/ Pauline Broekema

De gemeente zit op een tweesporenbeleid. Aan de ene kant het dorp leefbaar houden door snel internet aan te leggen, een betere verlichting en betere groenvoorzieningen, maar wel in combinatie met de garantieregeling.

Wie dat laatste moet betalen? Voor burgemeester Van Beek is het logisch dat de kosten moeten worden opgebracht door de bedrijven in de Eemshaven. Daar zitten giganten als Google tussen dat recent meer grond aankocht om het datacentrum te kunnen uit breiden. Het laatste woord is aan de provincie. Die spreekt zich er na de zomer over uit.

De saamhorigheid in het dorp is niet meer die van vroeger, zegt Van den Berg. Al komen er tegenwoordig toch weer nieuwe bewoners bij, merkt hij. Het zijn jonge mensen die met de stijgende huizenprijzen in Oudeschip vinden wat ze ergens anders niet kunnen betalen. Ze hebben groot gelijk, vindt hij, het meest noordelijke dorp van Nederland is nog altijd de beste plek om te wonen. Hij hoopt er altijd te kunnen blijven.

STER reclame