Families van Syriëgangers wisten vaak van niets

BNN-VARA

Familieleden van Syriëgangers zijn vaak verrast als ze horen dat een van hun familieleden naar Syrië vertrokken is. De meeste mensen blijven in verbijstering achter, omdat ze geen signalen van radicalisering hebben gezien. Dat blijkt uit onderzoek van de Universiteit Leiden.

Het ministerie van Justitie en Veiligheid heeft opdracht gegeven voor het onderzoek.

In de media is vooral aandacht voor families die er alles aan hebben gedaan om een uitreis te voorkomen of die juist een radicaliserende factor waren, maar die families zijn volgens het onderzoek in de minderheid.

Eigen problemen

Familieleden herkennen meestal niet de signalen van radicalisering, want ze zijn niet veel met anderen bezig. "Dat komt doordat zij vaak hun eigen problemen hebben. Zo zijn er vaak financiële problemen en relatieproblemen", zegt onderzoeker Marieke Liem.

De Leidse onderzoekers zeggen dat de meeste gezinsleden geen dader zijn, maar slachtoffer. Toch worden ze door de autoriteiten geregeld als dader behandeld. Gezinsleden hebben vaak negatieve ervaringen met instanties. Zo moeten ouders hun telefoons inleveren, terwijl dat de enige manier is om nog met hun vertrokken kind te kunnen communiceren.

Familieleden van uitreizigers hebben vaak een schuldgevoel. "Maar de kennis was jaren geleden veel minder dan nu. Mensen wisten niet de weg naar de instanties", zegt Liem.

Begeleiden

Volgens de onderzoekers is het belangrijk om gezinnen goed te begeleiden, zodat ze teruggekeerde Syriëgangers kunnen helpen met integratie en deradicalisering. De Raad voor de Kinderbescherming brengt nu families van mogelijke terugkeerders in kaart.

Volgens de AIVD zijn er 300 Nederlandse jihadisten uitgereisd, onder wie zo'n honderd vrouwen. 75 van hen kwamen om het leven en zo'n 50 mensen zijn teruggekeerd.

STER Reclame