Droogte helpt archeologen - maar nauwelijks in Nederland

RCAHMW
Geschreven door
Lambert Teuwissen
redacteur Online

Een Romeinse villa. Een begraafplaats uit de Bronstijd. Loopgraven uit de Eerste Wereldoorlog. Door de droogte van de afgelopen weken komen ze als littekens in het landschap weer boven. Maar in Nederland is er maar weinig oog voor dit soort sporen, waarschuwt expert Anke Stoker van de Vrije Universiteit Amsterdam.

De sporen ontstaan doordat op plekken waar de grond vroeger omgewoeld is, meer water achterblijft en plantenwortels dieper kunnen groeien. In tijden van droogte, zoals de afgelopen weken, is te zien dat op die plekken gewassen hoger groeien of minder snel verdorren dan in de directe omgeving. Dergelijke 'vegetatiesporen' kunnen archeologen op onontdekte resten wijzen.

Zo werden voor een tentoonstelling in het In Flanders Fields Museum in Ieper de sporen van de Eerste Wereldoorlog in kaart gebracht. In de graanvelden zijn nu kraters, loopgraven en bunkers te ontdekken - voor wie weet hoe te kijken.

Deze browser wordt niet ondersteund voor het spelen van video. Update uw browser naar Internet Explorer 10 of hoger om video af te kunnen spelen.

Vegetatiesporen Eerste Wereldoorlog

Ook in Wales werd de afgelopen weken meerdere keren een vliegtuig ingezet om speciaal luchtfoto's te maken. Het leverde meerdere aanknopingspunten op voor verder onderzoek, laat de archeologische dienst weten.

1/4Een prehistorische omheining RCAHMW
2/4Een Romeinse villa of boerderij RCAHMW
3/4Romeinse sporen RCAHMW
4/4Een begraafplaats uit de Bronstijd RCAHMW

Anke Stokers handen jeuken om dergelijke foto's ook in Nederland te maken. "Ik zou heel graag Zuid-Limburg nog een keer proberen, Romeinse sporen zoeken. Die zijn er genoeg. Ik heb weleens de Romeinse weg zien liggen. In graanvelden wil ik ook speuren naar plattegronden van boerderijen; als dat in Denemarken kan, dan kan het ook hier."

'Ontzettend jammer'

Jarenlang probeerde Stoker collega's enthousiast te krijgen, maar dat lukte niet. Hoewel Nederland een ongekende droogte meemaakt, kent de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed geen plannen om de lucht in te gaan. "We hebben geen lijstjes klaarliggen", zegt een woordvoerder. "Gemeenten doen wel steeds meer met drones, om monumenten in kaart te brengen, maar we zijn niet actief naar aanleiding van de droogte."

"In Nederland is luchtfotografie een ondergeschoven kindje geworden", vindt Stoker, die inmiddels de methode toepast bij archeologisch onderzoek in Griekenland. "Het is geschrapt uit het onderwijs, het is niet meer een standaardmethode in de archeologie. De waarde wordt niet onderkend."

"We zouden het wel wat intensiever kunnen gebruiken", beaamt ook hoogleraar landschapsarcheologie Heleen van Londen. "Links en rechts wordt er nog wel wat gedaan, maar het moet meer volume krijgen. Ontzettend jammer dat we het niet doen."

Voorloper

Nederland was ooit juist voorloper op dit gebied, vertelt hoogleraar Van Londen. "Willy Metz hing vroeger al tot haar middel uit vliegtuigen om West-Friesland te fotograferen. Het was een ontdekking dat je zo waanzinnig belangrijke inzichten kunt opdoen. De luchtfoto's lieten zien hoe rijk het landschap was, je kon sporen van de Bronstijd tot de Middeleeuwen zien."

Volgens Van Londen werd Nederland ingehaald doordat er werd bezuinigd. "Het komt door het financieringsbeleid. We verliezen steeds meer disciplines en specialisaties. Dat gaat alsmaar door."

"Ik hoor altijd het argument dat er niet voldoende expertise is", legt Stoker uit. "Dat is flauw. Ik ben zelf expert en ken andere mensen die ook de vaardigheden hebben. Het staat alleen niet op de agenda."

"Een ander vaak gehoord argument is dat 'Nederland al uitgebreid van bovenaf in beeld is gebracht'. Dat is zeker zo, maar sporen komen en gaan. Iets wat de ene week zichtbaar is, is een week later weer verdwenen. Onderzoek is dus herhaaldelijk en in verschillende seizoenen en jaren nodig."

Er valt zoveel te ontdekken.

Anke Stoker

Stoker en Van Londen wijzen erop dat de techniek de afgelopen jaren steeds beter is geworden. Satellietfoto's zijn scherper en bieden bijvoorbeeld ook infraroodbeelden. Drones maken het makkelijker om veldjes snel te scannen. Met nieuwe technieken is zelfs door de eerste grondlaag heen te kijken.

"Er valt zoveel te ontdekken", benadrukt Stoker. "De kans op sporen wordt steeds groter. Ik weet niet waarom het niet gebeurt. In de omringende landen gebeurt het wel, met resultaat."

STER Reclame