Inspectie: kankerverwekkende stoffen gemengd in benzine voor West-Afrika

Hollandse Hoogte | Fabian Biasio

Staatssecretaris Van Veldhoven en de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) zijn bezorgd over het optreden van Nederlandse handelaren, die benzine en diesel vermengd met giftige en zwaar giftige stoffen naar West-Afrikaanse havens verschepen. De inspectie hoopt verantwoordelijken voor de strafrechter te krijgen.

De handelaren maken maximaal gebruik van het feit dat autobrandstoffen in landen als Nigeria, Senegal en Gambia meer gevaarlijke stoffen mogen bevatten dan in de Europese Unie. Ze geven terminals opdracht goedkope, laagwaardige bijproducten uit de chemische industrie door benzine, diesel en stookolie te mengen. Die worden daarna door vervoerd.

'Ethische vragen'

Een en ander blijkt uit ILT-onderzoeken die staatssecretaris Van Veldhoven vandaag naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. De handelaren overtreden hierbij Europese regels voor chemische stoffen. De inspectie heeft geconstateerd dat zij tegen de regels niet vermelden hoe gevaarlijk de inhoud van de brandstoffen is.

De controle daarop is ook de primaire taak van de ILT, legt inspecteur Frank Peen uit: "Wij kijken of de gang van zaken voldoet aan de regelgeving. Ethische vragen moeten in het maatschappelijke debat worden beantwoord. Maar wij vinden dit wel zorgelijk. Dit leidt tot grotere gezondheidsrisico's dan wij in Europa acceptabel vinden."

Ook staatssecretaris Van Veldhoven is kritisch. "Ik vind het belangrijk dat de brandstofsector zich meer bewust wordt van de noodzaak om stil te staan bij de milieuhygiƫnische gevolgen van de producten die hij op de markt brengt", schrijft zij de Kamer.

Dit is een algemene praktijk in de brandstofmarkt.

Inspecteur Frank Peen

De productie van dit soort benzine en diesel is in de EU wel toegestaan, maar auto's mogen er in Europese landen niet op rijden. Daarvoor bevatten de uitlaatgassen te veel fijnstof en kankerverwekkende stoffen.

De ILT vond brandstoffen met 300 keer meer zwavel dan in de EU is toegestaan. In bijna alle mengsels zat het in Europa verboden mangaan. De West-Afrikaanse diesels bevatten ook grote concentraties PAK's, die in hoge mate kankerverwekkend zijn. Benzine in Europa mag maximaal 1 procent benzeen bevatten; in benzine voor Afrika is tot wel 40 procent benzeen aangetroffen. Zo wordt het octaangehalte verhoogd. Dat is beter voor de motor, maar ook benzeen kan kanker veroorzaken.

Inspecteur Peen concludeert uit twee jaar ILT-onderzoek dat het niet om incidenten gaat: "Dit is een algemene praktijk in de brandstofmarkt."

Geen betrouwbaar beeld

De handelaren zijn volgens de inspectie wel aan te pakken voor overtreding van regels voor chemische stoffen. Zo melden zij niet aan de gebruikers wat er in de mengsels zit en wat de risico's zijn. Daardoor krijgen die geen betrouwbaar beeld van de gevaren. De ILT wil dat raffinaderijen en chemische bedrijven alleen stoffen verkopen waarvan zij hebben aangetoond dat die geen onnodige risico's opleveren voor gezondheid en milieu.

De Inspectie heeft op dit moment zes strafrechtelijke onderzoeken lopen tegen betrokken bedrijven. Het gaat onder andere om het toepassen van risicovolle stoffen, het illegaal uitvoeren van een chemisch proces aan boord van een zeeschip dat benzine vervoert naar West-Afrika, te hoog chloor- en pcb-gehalte en het verwerken van stoffen die de ILT aanmerkt als afval.

Nederland exporteert per jaar ongeveer 6 miljard liter benzine en 4 miljard liter diesel naar Afrika. Het meeste daarvan gaat naar landen in West-Afrika, een klein beetje naar het noorden en zuiden van het continent. Landen in Oost-Afrika worden vooral bevoorraad uit het Midden-Oosten.

De Inspectie controleerde in totaal 46 vrachten naar West-Afrika, goed voor circa 1,2 miljard liter benzine en 900 miljoen liter diesel.

Hoe werkt het?

Bij het maken van producten in chemiebedrijven en raffinaderijen ontstaan ook reststoffen als nafta en pygas. Handelaren kopen die goedkope reststoffen in en slaan ze op in olieterminals. Vervolgens geven zij de terminal opdracht om een zeetanker volgens een nauwkeurig bepaalde receptuur te beladen. Daar vindt dus het feitelijke mengen met benzine of diesel plaats die daardoor goedkoper, maar ook giftiger wordt. De tanker vervoert de nieuw gemengde brandstof vervolgens naar West-Afrika.

Handelaren die met name genoemd worden door de inspectie zijn de handelsafdelingen van grote oliemaatschappijen, Shell Trading Rotterdam, BP Oil International en Chevron. Plus de bedrijven Gunvor, Litasco en Vitol.

Shell zegt het in een reactie goed te vinden dat er aandacht wordt besteed aan dit probleem, maar noemt "het verbeteren van brandstoffen in Afrika een complexe uitdaging die vraagt om een systeembrede aanpak door lokale regeringen en de industrie". Chevron zegt te voldoen aan alle geldende wetten en regels als het gaat om de verkoop van diesel aan West-Afrika.

STER Reclame