Mannen én vrouwen in de operatiekamer werkt het beste, net als bij primaten

ANP

Gedrag in operatiekamers lijkt net op het dagelijkse leven: er wordt geroddeld, gesproken over het werk, onderwezen, beledigd, geflirt en zelfs gedanst. Dat laatste komt omdat er vaak muziek aanstaat in de operatiekamers.

Er is natuurlijk een heel groot verschil. In de operatiekamer ligt een patiënt op hulp te wachten. Het is daarom belangrijk dat de chirurg en zijn team, ondanks het bovenstaande gedrag, goed samenwerken en conflicten vermijden.

In hoeverre dat lukt hangt samen met de man-vrouw verhouding van het team, staat in nieuw onderzoek onder leiding van de wereldberoemde bioloog en primatoloog Frans de Waal. Hij bestudeerde 6348 interacties door 400 verschillende ziekenhuismedewerkers bij 200 operaties in drie Amerikaanse ziekenhuizen.

Niet hetzelfde geslacht

Uit het onderzoek, gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift PNAS, blijkt dat teams in operatiekamers minder goed samenwerken als het grootste deel van het team hetzelfde geslacht heeft als de chirurg die de leiding heeft. Dat geldt ook voor conflicten: die ontstaan vaker als er bijvoorbeeld een man aan het hoofd staat en hij een team van vooral mannen moet aansturen.

De uitkomst dat een chirurg vooral conflicten heeft als hij in de ruimte is met teamleden van hetzelfde geslacht zijn, zie je bij primaten ook.

Frans de Waal

Het gedrag in de operatiekamers volgt patronen die primaten ook volgen, zegt De Waal. "De uitkomst dat een chirurg vooral conflicten heeft als hij in de ruimte is met teamleden van hetzelfde geslacht zijn, zie je bij primaten ook."

Hoewel het verleidelijk is om nu allemaal vergelijkingen te maken tussen apenrotsen en operatiekamers, is het daar De Waal niet om te doen. "We wilden een manier maken die beter aangeeft wat er gaande is in de operatiekamers dan de vragenlijsten die de sociale wetenschap hanteert. Het gaat erom beter te weten wat er zich afspeelt in de OK's."

Niet goed samenwerken of conflicten in de operatiekamer kunnen leiden tot fouten. En die fouten kunnen grote gevolgen hebben voor patiënten. In Nederland overleden in vorig jaar naar schatting 1035 patiënten doordat er iets in het ziekenhuis fout ging, dat waarschijnlijk voorkomen had kunnen worden. Om welke fouten het gaat en of samenwerking of een conflict eraan vooraf ging is daarbij niet duidelijk.

De Waal vindt niet dat we om eventuele fouten te voorkomen, moeten pleiten voor operatiekamers met een verplicht aantal mannen en vrouwen. Sommige specialismen hebben nu eenmaal meer mensen van het ene geslacht, zegt hij.

Het maakt weinig uit of het een man of een vrouw is die aan het hoofd staat in de operatiekamer, ook vrouwen gedragen zich als alfa-'mannetjes'. De Waal: "Ze zijn allemaal de topdog en ze gedragen zich ook zo. Waar het op aankomt is op welke manier ze communiceren met hun team, of dat een constructieve manier is. Mannen zijn daarin niet anders dan vrouwen."

Hiërarchie

Uit het onderzoek van De Waal en collega's blijkt ook dat conflicten meestal beginnen bij de leidinggevende chirurg en zich dan richten op teamleden lager in de hiërarchie. Niet heel gek als je bedenkt dat de chirurg toch al bovenaan de ladder staat. De hiërarchie is daarom ook niet het probleem, zegt De Waal. "De chirurg moet soms de knoop doorhakken. Hiërarchie is niet iets slechts, soms is het gewoon nodig."

"De bron van het probleem is dat mensen hun posities onderstrepen, en dat vooral doen tegenover hun eigen geslacht", zegt hij. "We hebben dit niet onderzocht, maar ik denk dat je ervoor zou moeten zorgen dat teamleden elkaar beter kennen. Er zijn studies waarin staat dat er in kleinere ziekenhuizen minder conflicten zijn. In grote ziekenhuizen zijn er meer wisselingen en is er meer instabiliteit in teams."

In ieder geval zegt De Waal de uitkomsten van het onderzoek weinig verrassend te vinden. "Degene met de alfa-positie is vooral dominant tegenover zijn eigen geslacht; mannen zijn bezig met mannen. En vrouwen net zo."

STER Reclame