Yftinus van Popta

Onder de grond in Flevoland liggen honderden wrakken van schepen die op de Zuiderzee voeren. Archeologen beginnen vandaag in de Noordoostpolder met de opgraving van bijzonder exemplaar: een groot vrachtschip, waarover tot voor kort niets bekend was.

Van de meeste wrakken die in de bodem van de polder liggen, is na de inpoldering in de vorige eeuw wel wat vastgelegd. Maar dit schip werd pas in 2016 gevonden. "Er worden niet veel schepen meer ontdekt. En dit is een heel groot wrak met een vraagteken", zegt Yftinus van Popta, maritiem archeoloog en projectleider bij de opgraving, in het NOS Radio 1 Journaal.

Het schip komt uit de 18de eeuw en is eigenlijk veel te groot voor de Zuiderzee, die in die jaren ondiep was. De bestemming van het vaartuig en de manier waarop het is gezonken, worden nog onderzocht. Maar na de eerste verkenningen is al wel een stukje van het mysterie ontrafeld, vertelt Van Popta.

Er zijn geen skeletten gevonden, maar dat kan nog komen.

Projectleider Yftinus van Popta

Zo is duidelijk dat het om een groot vrachtschip gaat, dat op de grotere zeeën voer. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de dubbele laag om het schip om het hout te beschermen tegen het zoute water, paalworm en zeepokken.

Het schip is een stuk groter dan de meeste wrakken die in Flevoland zijn gevonden. Die zijn vaak zo'n 20 meter lang, terwijl dit schip een lengte heeft van 30 tot 35 meter. Vermoedelijk werd het gebruikt voor de internationale handel en voer het op Groot-Brittannië of het Middellandse Zeegebied. In wat het ruim van het vaartuig is geweest, zijn zeven tonnen gevonden.

De tonnen die in het wrak zijn gevonden Yftinus van Popta

Dat in ieder geval een deel van de lading nog in het wrak ligt, wijst erop dat de bemanning het schip snel heeft moeten verlaten, zegt Van Popta. "Mogelijk voer het schip van of naar Amsterdam en is het te dicht bij de Zuiderzeekust gekomen. Toen het zonk, moest de bemanning zijn leven zien te redden. Er zijn nog geen skeletten gevonden, maar dat kan nog komen."

Schat aan informatie

De komende tijd wordt het scheepswrak beetje bij beetje opgegraven door het team van de International Fieldschool for Maritime Archaeology Flevoland, een samenwerkingsverband van verschillende partijen. Een groot deel van de opgraving gebeurt met de hand. Dat werk wordt gedaan door studenten van de Rijksuniversiteit Groningen. "Het duurt een hele tijd, maar we hopen dan ook op heel veel vondsten", zegt Van Popta.

De archeoloog is blij dat het project van start gaat. "Als we het nu niet hadden opgegraven, was het wrak mogelijk helemaal vergaan. En dan waren we een schat aan informatie misgelopen."

STER reclame