NOS

'AOW-leeftijd kan minder snel omhoog'

time icon Aangepast

De AOW-leeftijd kan volgens actuarissen, dat zijn risicoanalisten bij verzekeraars, minder snel omhoog dan nu is afgesproken. Om de pensioenduur gelijk te houden bij een hogere levensverwachting hoeft de AOW-leeftijd pas in 2026 naar 67 jaar in plaats van in 2021. Dat zegt Daan Kleinloog, voorzitter van de werkgroep AOW van het Actuarieel Genootschap.

Kleinloog komt tot deze conclusie op basis van cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Volgens hem krijgt volgens de huidige regels iemand die in 2021 met pensioen gaat over zijn hele leven gezien gemiddeld drie procent minder AOW dan iemand die nu met pensioen gaat. "In die drie jaar stijgt de levensverwachting met twee procent maar is de korting van de pensioenduur vijf procent".

Politiek gevoelig

De conclusie van Kleinloog komt op een politiek gevoelig moment. Vorige week lekte een concept pensioenakkoord uit waarin werkgevers en werknemers met elkaar overeenkwamen dat de AOW-leeftijd pas in 2025 naar 67 zou gaan, in plaats van in 2021, zoals het kabinet wil.

De vier jaar latere verhoging van de AOW-leeftijd naar 67 zou ongeveer 1,5 miljard euro kosten. Maar volgens Kleinloog kan dat bedrag veel lager uitvallen door de minder snel oplopende levensverwachting.

STER Reclame