Denemarken wil hek bouwen aan Duitse grens - tegen zwijnen

Aangepast
ANP

Denemarken wil langs de hele grens met Duitsland een hek bouwen. Anders dan in sommige andere Europese landen niet om migranten tegen te houden, maar uit angst voor wilde zwijnen. Die kunnen drager zijn van het virus dat Afrikaanse varkenspest veroorzaakt, een besmettelijke ziekte die sinds 2007 vanuit Afrika, via Rusland en Oekraïne, naar Oost-Europa oprukt.

Varkensvlees is een belangrijk exportproduct voor Denemarken, waarmee veel geld (in 2016 zo'n 4 miljard euro) en banen zijn gemoeid. Hoewel de Afrikaanse varkenspest nog niet in Denemarken of Duitsland is opgedoken, willen de Denen dus het zekere voor het onzekere nemen.

Afrikaanse varkenspest kan van dier op dier worden overgebracht, maar ook door bijvoorbeeld teken, besmet voedsel of in niet goed gedesinfecteerde transportwagens. De ziekte is ongevaarlijk voor mensen.

Het hek moet 70 kilometer lang en 1,5 meter hoog worden en gaat ruim 10 miljoen euro kosten. Er moeten nog milieueffectrapportages worden gemaakt, maar de bedoeling is dat de bouw in het najaar begint.

Kritiek is er ook. Deense media tonen video's van zwemmende wilde zwijnen, om te illustreren dat het hek zinloos is. Het parlement van de deelstaat Sleeswijk-Holstein, die aan Denemarken grenst, heeft bedenkingen. De FDP-fractie spreekt van symboolpolitiek. Strenge controles op de hygiëne bij veetransporten en beheersing van de wildstand door jacht zouden veel effectiever zijn.

Vooruitlopend op de bouw van het hek gaan de Denen meer zwijnen afschieten en komen er hoge boetes voor niet goed schoongemaakte vrachtwagens waarin vee wordt vervoerd.

Automobilisten hoeven zich geen zorgen te maken: waar het hek een weg kruist, komt een doorgang.