Amerikaans borstkankeronderzoek: minder vaak chemotherapie nodig

Aangepast
AFP

Veel vrouwen met de meest voorkomende vorm van borstkanker hoeven geen chemotherapie meer te ondergaan nadat de tumor is verwijderd. Dat blijkt uit Amerikaans onderzoek, dat is gepubliceerd in het toonaangevende New England Journal of Medicine.

Er zijn verschillende tests die artsen gebruiken om in te schatten of chemotherapie nodig is bij een patiënt. Omdat chemotherapie heftige gevolgen kan hebben, willen artsen graag weten of de nadelen opwegen tegen de voordelen, voor ze het voorschrijven.

Een van de tests, die ook in Nederland wordt gebruikt, is Oncotype DX. Die Amerikaanse test moet voorspellen hoe groot de kans is dat de tumor binnen een paar jaar weer terugkeert.

Wie laag scoort op de test hoeft geen chemotherapie te krijgen, wie hoog scoort wel. Maar de meeste vrouwen vallen daar tussenin. Voor de vrouwen in deze middencategorie was altijd onduidelijk of chemotherapie wel of niet nodig was.

De onderzoekers hebben daarom 6711 vrouwen gevolgd die in deze middencategorie vallen. Na negen jaar bleek dat de overlevingskans van de vrouwen die wel chemotherapie hadden gekregen 93,8 procent is. Bij de vrouwen die de therapie niet hadden gekregen was die 93,9 procent, geen significant verschil dus.

MammaPrint

Enkele jaren geleden bleek ook al uit onderzoek van het Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis dat jaarlijks enkele duizenden vrouwen in Nederland chemotherapie krijgen, terwijl dat niet nodig is. Het ziekenhuis ontwikkelde daarom een genetische test om te kijken of een patiënte een hoog risico op uitzaaiingen heeft of niet: de MammaPrint.

De MammaPrint heeft, in tegenstelling tot Oncotype DX slechts twee mogelijke uitslagen: hoog of laag risico.