De opmars van foodhallen zet door: 'Je gaat meteen echt een avondje uit'

Aangepast

Arnhem, Alkmaar, Breda, Groningen: overal lijken ze tegenwoordig plannen te hebben voor een foodhall. Het fenomeen - overgewaaid uit Singapore en de Verenigde Staten - is hot. Het aantal eethallen in Nederland groeide in twee jaar tijd van vier naar dertien.

Uitbaters van de hallen weten wel hoe dat komt:

Deze browser wordt niet ondersteund voor het spelen van video. Update uw browser naar Internet Explorer 10 of hoger om video af te kunnen spelen.

Populariteit en aantal foodhallen groeit

Eind 2014 werd de eerste foodhall van Nederland geopend, in een oude tramremise in Amsterdam. Op dit moment staat de teller dus op dertien en als alle nieuwe plannen worden gerealiseerd, zijn dat er over een paar jaar zo'n twintig.

Een en ander komt naar voren in een onderzoek van horeca-adviesbureau Van Spronsen & Partners. Het gaat niet alleen om foodhallen in grote steden als Amsterdam, Den Haag en Rotterdam, maar ook in middelgrote steden als Enschede, Breda en Hilversum.

Een avond uit

Maar wat maakt de foodhall nu speciaal? "Als je ernaartoe gaat, ga je meteen echt een avondje uit", zegt Guido Verschoor van Van Spronsen. "Ze zitten vaak in mooie en aantrekkelijke ruimtes en er is volop aanbod van verschillende keukens."

Het grote voordeel van een foodhall is dat die in tegenstelling tot een 'gewoon' restaurant snel kan inspelen op nieuwe trends.

Guido Verschoor, horeca-adviseur

Volgens Verschoor is een ander groot pluspunt van een foodhall dat die, in tegenstelling tot een 'gewoon' restaurant of café, snel kan inspelen op nieuwe trends. "Naast bekende foodconcepten als burgers, sushi en gegrild vlees, zien we ook een opkomst van Libanese, Poolse, Afghaanse, Hawaïaanse en Vietnamese concepten."

Bieb

Dat foodhallen populair zijn bij het publiek merkt ook Younes Bittich, uitbater van eethal MingleMush in Den Haag, die vorig jaar zijn deuren opende. "We zijn tot nog toe zeer tevreden over de resultaten", zegt hij. "Met zo'n 300 tot 400 bezoekers per dag gaat het goed. Al zijn we er nog niet." In het weekend liggen de bezoekersaantallen met 600 een stukje hoger.

Naast verschillende eetkraampjes zijn er in de hal ook arcadespellen, een bibliotheek en een podium. "Je moet mensen meer bieden dan alleen maar eten en drinken", zegt Bittich.

Niet alleen hosanna

Overigens is het niet alleen hosanna. Afgelopen jaar ging Amitica in Amersfoort failliet, de eerste foodhall die het niet redde. "Waardoor dat kwam? Ik heb begrepen dat de investeringen veel te hoog waren. Die moeten natuurlijk wel in verhouding staan tot de verwachte opbrengsten", zegt Verschoor.

Volgens hem was ook de plek niet goed: in een winkelgebied. "Daar komen de mensen toch vooral overdag, terwijl ze meestal 's avonds naar een foodhall komen."

Bovendien ondervinden foodhallen veel concurrentie van zogenoemde foodtruck-festivals. Die hebben een vergelijkbaar aanbod en richten zich op dezelfde doelgroep. En ook die nemen in aantallen toe.