ANP

"De adelaar heeft elf veertjes verloren", galmt door de luidsprekers van de radio. Het is 5 mei 1943. De familie van Jaap Burger weet het zeker: hij heeft de overkant gehaald.

Jaap was een Engelandvaarder. Met tien anderen stak hij met een motorbootje de Noordzee over. Zijn familie bleef in onzekerheid achter. Tot dat moment. Het versleutelde bericht was voor de meeste Nederlanders een nietszeggende zin, voor Burgers familie een einde aan hun onzekerheid.

Door toedoen van de bezetter was vrij communiceren tijdens de Tweede Wereldoorlog haast niet meer mogelijk. Telefoonlijnen waren afgesloten, de kranten stonden onder censuur en ook op de radio werd vooral veel Duitse propaganda uitgezonden.

De Nederlandse burgers en de regering in ballingschap in Londen werden creatief. Via cryptische boodschappen probeerden ze het verzet te laten groeien en Nederland te bevrijden.

Koningin Wilhelmina houdt een toespraak op Radio Oranje Getty

Op 28 juli 1940 sprak koningin Wilhelmina voor het eerst de Nederlandse burgers vanuit Londen toe. Radio Oranje was het 'Nederlandse kwartiertje' waar luisteraars elke avond om 21.00 uur naar konden luisteren. Voor koningin Wilhelmina en de rest van de Nederlandse regering in Londen een middel om de Nederlandse burgers moed in te spreken. Daarnaast gebruikte de regering het radiostation om Duitse propaganda te bestrijden.

Maar 'De Stem van Strijdend Nederland' was niet zo strijdend als de leus doet vermoeden. Britse autoriteiten namen vooraf de uitzendingen door om te voorkomen dat er gevoelige informatie gelekt zou worden. Bovendien was de Nederlandse regering bang voor represailles van de Duitsers, waardoor de uitzendingen best afstandelijk bleven.

Omdat de Engelsen over hun schouders meekeken en de Duitsers meeluisterden, kozen de radiomakers hun woorden heel zorgvuldig. Wilde de regering het verzet bereiken, dan gebeurde dat via versleutelde berichten: codetaal.

"Die geheime berichten waren voor een superspecifieke groep bedoeld", vertelt Liesbeth van der Horst, directeur van het Verzetsmuseum Amsterdam. "De Duitsers waren, toen ze de oorlog gingen verliezen, bang dat ook de hele bevolking via de radio zou worden aangespoord om in opstand te komen." Daarom moesten alle Nederlanders in mei 1943 hun radio inleveren. "Maar veel Nederlanders, en zeker de verzetsmensen, verstopten radio's of fabriceerden er zelf een en bleven luisteren."

Zendkoffertje van geheim agent Sjoerd Sjoerdsma Verzetsmuseum Amsterdam

De verzetsgroepen gebruikten zendkoffertjes om gecodeerde berichten naar de regering in Londen te versturen. "Vaak werden Engelandvaarders opgeleid als geheim agent. Zij werden weer gedropt boven Nederland, met een zendkoffertje." De spionnen leerden dan andere verzetsmensen hoe ze berichten konden coderen en verzenden, legt Van der Horst uit. "Zo werden er onder meer afspraken gemaakt over de codezinnen voor Radio Oranje."

Hieronder een voorbeeld van codetaal. Schuif naar links of rechts voor de betekenis:

Een code die door het verzet werd gebruikt

Zo werd codetaal ingezet om te laten weten of geplande droppings wel of niet door zouden gaan. Met de verzetsgroep was afgesproken: als de codezin twee keer wordt uitgezonden, gaat de dropping door. De codezinnen stonden allemaal voor een bepaald tijdslot. Hoorden ze bijvoorbeeld twee keer "de zwaluwen komen terug in de lente" dan vond de dropping plaats tussen 22.00 uur en 00.00 uur.

"Bericht van Pedro: doe mijn complimenten aan Uw Vader" betekende een dropping tussen middernacht en 02.00 uur.

Maar de Duitsers waren ook niet dom. "Ze probeerden de zendsignalen uit te peilen. Met peilauto's reden ze dan rond om het signaal te zoeken", legt Van der Horst uit. Het verzet koos daarom bij voorkeur een plek met veel dichte bebouwing. Op een boerderij in een open veld was het voor Duitsers veel makkelijker vast te stellen waar het signaal vandaan kwam.

"Het werd een kat-en-muisspel tussen de Duitsers en verzetsgroepen." De Duitsers wisten van de zendkoffertjes, de verzetsmensen van de peilauto's. "Daarom zette een verzetsgroep bijvoorbeeld kinderen in, die stopten met buitenspelen als er een peilauto aankwam." Maar ook dat kregen de Duitsers door: die merkten dat het zenden ophield als ze met hun peilwagen in de buurt kwamen. "Die stopten dan hun peilapparatuur bijvoorbeeld in paraplu's, om maar niet op te vallen."

Hieronder een voorbeeld van codetaal. Schuif naar links of rechts voor de betekenis:

Een van de gebruikte codes

Meestal waren berichten dus maar voor een select gezelschap, zoals: "de gans is gevlogen." Dat werd gezegd toen een Amerikaanse piloot veilig in Londen was aangekomen. Zo af en toe werd een bericht verstuurd dat voor een grotere groep bestemd was.

"De kinderen van Versteeg moeten onder de wol", klonk op 17 september 1944 door de luidsprekers. Het was een signaal voor 30.000 personeelsleden van de NS, die vanaf dat moment overgingen tot staken. Die staking zorgde er onder meer voor dat Duitse militairen hun materieel lastiger konden verplaatsen.

STER reclame