Nederlandse topprestatie met nagemaakte mini-embryo's

time icon Aangepast
Nicolas Rivron
Geschreven door
Laurens Gaukema en Roselien Herderschee

Nederlandse wetenschappers hebben voor het eerst synthetische mini-embryo's gemaakt, die zich in de baarmoeder kunnen nestelen en leiden tot tekenen van een vroege zwangerschap. "Uniek, en met mogelijk grote maatschappelijke consequenties", zegt Clemens van Blitterswijk, hoogleraar weefselherstel en een van de onderzoekers.

Het betreft embryo-onderzoek bij muizen, niet bij mensen, en staat dus nog ver van de menselijke praktijk af. Maar toch spreken de onderzoekers de hoop uit dat hun vinding op termijn juist ook voor mensen toegevoegde waarde heeft.

Want hoewel de nesteling nog niet leidt tot levende muizen, biedt die wel allerlei openingen voor toekomstige geneeskundige experimenten. De gedachte is dat als het proces van vroege zwangerschap op deze manier goed valt na te bootsen, dat op den duur bijdraagt aan het begrip en oplossen van bijvoorbeeld vruchtbaarheidsproblemen. Ook zouden de kunstmatige embryo's gebruikt kunnen worden om medische technieken en de effecten van geneesmiddelen op te testen.

Deze browser wordt niet ondersteund voor het spelen van video. Update uw browser naar Internet Explorer 10 of hoger om video af te kunnen spelen.

Nederlandse wetenschappers maken embryo's zonder ei- of zaadcel

Synthetisch betekent in dit geval dat er geen ei- of zaadcel te pas komt aan de vorming van het embryo. In plaats daarvan zijn stamcellen gebruikt om de embryo-achtige structuren te 'knutselen'. De stamcellen hebben als het ware geleerd hoe ze zich moeten organiseren, en hoe ze zichzelf vervolgens in de baarmoeder moeten nestelen.

Dat eerste stadium van zwangerschap nabootsten, in de baarmoeder van een muis, is een nieuwe ontwikkeling. Dat heeft echter nog niet geleid tot de geboorte van kleine muisjes. Want na nesteling in de baarmoederwand overleven de embryo-structuren vooralsnog niet langer dan twee dagen.

Maar omdat er juist in de ontwikkeling van vroege embryo's (zogenoemde blastocysten) al een hoop mis kan gaan, is van deze fase al enorm veel te leren denken de onderzoekers. "En omdat de mini-embryo's op deze manier onbeperkt gemaakt kunnen worden, heb je niet telkens een zaadcel nodig die een eicel moet bevruchten", zegt Van Blitterswijk, verbonden aan Maastricht University. "Daarmee verkleinen we gedeeltelijk de noodzaak voor dierproeven."

Vrouwen zijn vaak veel meer zwanger dan ze denken.

Nicolas Rivron, onderzoeker

Over de ontwikkeling van vroege embryo's is vooralsnog weinig bekend. Wetenschappers doen wereldwijd hard hun best om er meer over te weten te komen, omdat foutjes in het allereerste begin van de embryo-vorming later grote gevolgen kunnen hebben. Zoals: verhinderen dat het embryo vasthecht aan de baarmoeder, of het optreden van ziekten op latere leeftijd. Beter begrijpen hoe iets misgaat, kan mogelijk ook leiden tot het voorkomen daarvan.

"Vrouwen zijn vaak veel meer zwanger dan ze denken, want heel veel eitjes raken bevrucht", zegt onderzoeker Nicolas Rivron, verbonden aan het Hubrecht Institute en het MERLN Institute. "De eerste fase van de zwangerschap is cruciaal voor de vraag of de vrucht een kindje wordt of niet. Bij natuurlijke bevruchting ligt het percentage van een bevruchte eicel die zich niet in de baarmoeder kan nestelen ongeveer tussen de 30 en 50 procent. Met onze vinding kunnen we hopelijk beter gaan onderzoeken wat er precies misgaat tijdens die eerste fase van de zwangerschap."

Eerste resultaten

Vorig jaar publiceerden celbiologen van de Engelse universiteit Cambridge over een eerste stap in het maken van synthetische embryo's, maar dat onderzoek beperkte zich tot laboratoriumschaaltjes. De Nederlandse onderzoekers gaan een stap verder, door de zelfgemaakte mini-embryootjes bij vrouwtjesmuizen in de baarmoeder te plaatsen.

"Wereldwijd doen onderzoeksteams pogingen om een zo goed mogelijke replica van een embryo te maken, voor wetenschappelijk onderzoek", zegt Guido de Wert, hoogleraar Biomedische Ethiek aan de Universiteit van Maastricht. "Dit onderzoek lijkt weer een nieuwe mijlpaal te zijn in die trend. Nu in een muismodel, maar die ontwikkeling zal zich steeds verder uitbreiden richting andere zoogdieren. En niet ondenkbaar, uiteindelijk ook richting de mens."

Kleine muisjes?

Indien er met deze techniek ooit gezonde levende muisjes geboren worden zullen dit allemaal klonen zijn. "Maar of er via deze weg uiteindelijk wél geboorte van muisjes mogelijk is moet nog blijken", zegt Guido de Wert. "Toch is de internationale verwachting dat dit op korte of lange termijn kan leiden tot het creëren van muizen op een nieuwe manier. De vervolgvraag wordt dan, hoe ver weg dat ook moge zijn, of op deze manier ook menselijke embryo-achtige structuren na te bootsen zijn, en hoe we daar mee omgaan."

"Dit is geen alternatief voor onderzoek binnen de voortplantingsgeneeskunde als het gaat om de veiligheid en effectiviteit van de huidige behandelingen", benadrukt Sjoerd Repping, hoogleraar voortplantingsbiologie aan het Academische Medisch Centrum in Amsterdam en niet betrokken bij de studie.

"Deze embryoachtige structuren van muizen lijken op menselijke embryo's die vijf dagen oud of ouder zijn", zegt Repping. "Bij technieken als ivf gaat het juist om embryo's die nul tot vijf dagen oud zijn. Tot nu is het ook alleen gedaan bij muizen en ontwikkelen ze niet verder na innesteling. Als het met menselijke stamcellen zou lukken helpt het mogelijk wel voor onderzoek naar innestelingsproblemen."

In Nederland is het, net als in veel andere landen, verboden om menselijke embryo's te maken voor wetenschappelijke doeleinden. Gedoneerde restembryo's, die overblijven na een ivf-behandeling, mogen wel gebruikt worden voor wetenschappelijk onderzoek, al mogen die embryo's niet langer dan veertien dagen worden gekweekt. Repping windt er geen doekjes om dat hij dat een belemmering vindt voor de voortgang van de wetenschap.

Omdat de wetenschap niet stilstaat, en er steeds meer mogelijk wordt, adviseerde de Gezondheidsraad vorig jaar om de bestaande embryowet te herzien. Ook de ethische commissies van Europese artsenverenigingen adviseerden eerder dit jaar om de wetgeving uit te breiden. Maar die optie ligt politiek erg gevoelig. In het regeerakkoord staat terughoudendheid beschreven als het neerkomt op medisch-ethische kwesties.

Nieuw voer voor een oude discussie

"De vraag is wat deze nieuwe vinding betekent voor die oude discussie", zegt De Wert. "Nu gaat het nog over muizen, maar als deze vinding op den duur ook bij de mens kan worden toegepast moeten we het daar tijdig over hebben. Misschien geeft deze nieuwe vinding nieuwe input voor de discussie over aanpassing van de regelgeving."

De resultaten van de Nederlandse onderzoeksgroep zijn vanavond gepubliceerd in het toonaangevende vakblad Nature. Het onderzoek is uitgevoerd door wetenschappers van het MERLN Institute, verbonden aan de Universiteit van Maastricht en het Hubrecht Instituut, dat verbonden is aan de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW).

STER Reclame